John Ahearn, Rigoberto Torres - resp. 1951, 1960
John Ahearn
John Ahearn werd geboren in Binghamton in de Verenigde Staten
in 1951. Hij volgde een kunstopleiding aan de Cornell University. Daarna
maakte hij films in Manhattan, New York. Hij vervaardigde maskers en
vermommingen voor de films en begon hij aan het einde van de jaren
zeventig afgietsels te maken van bevriende kunstenaars. Tegelijkertijd
nam Ahearn deel aan de activiteiten van CoLab (een afkorting van
Collaboration Projects, Incorporated). CoLab was een
kunstenaarscollectief, dat rond 1977 werd opgericht door jonge, New
Yorkse kunstenaars die zich buitengesloten voelden of zichzelf bewust
afkeerden tegen het systeem van de kunstwereld. Ze wilden de kunst
(weer) een universeel toegankelijke taal laten spreken en een plaats
geven in het dagelijks leven.
In 1979 ontmoette Ahearn Rigoberto Torres, zoon van Puertoricaanse immigranten. Torres had heiligenbeelden leren gieten in de beeldenfabriek van zijn oom in South Bronx, New York. Vanaf 1979 maakten Ahearn en Torres samen realistische sculpturen,
In 1979 ontmoette Ahearn Rigoberto Torres, zoon van Puertoricaanse immigranten. Torres had heiligenbeelden leren gieten in de beeldenfabriek van zijn oom in South Bronx, New York. Vanaf 1979 maakten Ahearn en Torres samen realistische sculpturen,
waarvoor de bewoners van de verpauperde wijk de Bronx model
stonden. Ze vereeuwigden gedurende een periode van jaren, tientallen
voornamelijk Afro-Amerikaanse en Spaans-Amerikaanse mensen uit de buurt.
In het begin waren het voornamelijk losse portretten, later werden er
ook halffiguren, beelden ten voeten uit? en ensembles uitgevoerd.
Voor elk beeld werd een gipsen mal van een wijkbewoner gemaakt. Daarvan werd een polyester afgietsel vervaardigd, dat natuurgetrouw werd beschilderd. Het gietproces vond meestal plaats op straat, onder grote publieke belangstelling. Personen die model stonden, ontvingen doorgaans een exemplaar van hun eigen portret.
Ahearn en Torres maakten beelden die een open en vrolijke indruk achterlieten. Ze vormden een eerbetoon aan de afgebeelde personen. Veel beelden kregen een plaats in de openbare ruimte van de wijk en benadrukten de demografische veranderingen die in de loop van de twintigste eeuw in de Verenigde Staten plaats hadden gevonden.
Voor elk beeld werd een gipsen mal van een wijkbewoner gemaakt. Daarvan werd een polyester afgietsel vervaardigd, dat natuurgetrouw werd beschilderd. Het gietproces vond meestal plaats op straat, onder grote publieke belangstelling. Personen die model stonden, ontvingen doorgaans een exemplaar van hun eigen portret.
Ahearn en Torres maakten beelden die een open en vrolijke indruk achterlieten. Ze vormden een eerbetoon aan de afgebeelde personen. Veel beelden kregen een plaats in de openbare ruimte van de wijk en benadrukten de demografische veranderingen die in de loop van de twintigste eeuw in de Verenigde Staten plaats hadden gevonden.


