Anita

Middenberm Eendrachtsplein, 2006, fotografie: Pieter Vandermeer

Het Beeld

Eén beeldelement keerde in de ontwerpen telkens terug: een puinzak op een pallet als basis voor het beeld. Uiteindelijk kwam Bade uit op een meisjesfiguur, genaamd Anita. Zij rijst op uit de puinzak. Op het kolossale, amorfe lijf staat een gestileerde meisjeskop op een lange, dunne nek. Het definitieve ontwerp maakte Bade op ware grootte uit klei en polyurethaan, in combinatie met gevonden voorwerpen en materialen. Daarna werd een afgietsel in polyester gemaakt.
Bade vond dat zijn beeld op een stoep moest staan, daar staan echte puinzakken immers ook. Overeenkomstig de werkelijkheid moest er onder de puinzak een pallet als sokkel komen. Deze keuze verwijst naar de maakbaarheid, maar ook naar de – zoals Bade het noemde – ‘afbraakbaar-heid’ van de immer bouwende stad Rotterdam.

Het beeld kreeg een plek aan het Eendrachtsplein.Volgens Bade krijgt het hier de functie van een klassiek beeld in de openbare ruimte. Het moet als trekker dienen voor het naastgelegen skatepark: een plek waar de straatcultuur tot uiting komt.

Specificaties

bijnamen Geile Anita, puinzak, gecrashte ijscocar
jaartal vervaardiging 2001
locatie sinds 2001 , Eendrachtsplein, Culturele as, Centrum
afmetingen beeld (hxbxl) in cm 300 x 160 x 180
materiaal Polyester

De Plek

Bades eerste idee was een puinzak te maken waarin allerlei elementen waren samengevoegd die men in Rotterdam aantreft, als een reservoir vol verhalen en beelden. Het beeld dat hij toen voor ogen had, wilde Bade bij het politiebureau op het Eendrachtsplein plaatsen. Hij trok een parallel tussen de werkzaamheden van de politie en datgene waar zijn eigen werk betrekking op heeft. Bade voelt zich verwant met de straatcultuur, in zijn kunstwerken zit vaak een element van rauwheid en geweld. Ook de politie heeft met deze begrippen te maken.

Gaandeweg veranderden de ideeën en de beoogde locatie. Er werd bepaald dat Bades beeld op de kruising van het Eendrachtsplein en de Westblaak zou komen: een meer autonome positie, die vroeg om een andere invulling. Hij veranderde zijn ontwerp geleidelijk van een verzameling stadselementen in een geabstraheerde meisjesfiguur.

Bade's werk past bij de cultuur van de straat en hij kon zich vinden in de locatie op de kop van het skatepark. Van de onthulling van Anita werd tevens een feestje gemaakt voor de jonge gebruikers van dit park. Tussen de officiële genodigden gaf een groep breakdancers een demonstratie.

Het Essay

Die sluipende metamorfose wordt ook bespoedigd door Bade’s materiaalgebruik. Hij verwerkt piepschuim, purschuim, latten, kippengaas, stoffen en dergelijke in zijn buitenbeelden alsof ze de bescherming van een museumzaal genieten. Bade neemt daarmee een radicale positie in, die is te typeren als het verzet van jonge kunstenaars tegen de museale instellingen en hun institutionele codes en gebruiken. Doordat hij de openbare en de museale ruimte als volstrekt gelijkwaardig beschouwt en op eenzelfde manier tegemoet treedt, wordt het onderscheid tussen beide opgeheven. De stille ingetogenheid van de museale ruimte gaat op in de ongenaakbare hardheid van de buitenruimte - en omgekeerd.
Het in elkaar overlopen van de binnen- en buitenwereld beperkt zich niet tot het materiaalgebruik, maar wordt ook zichtbaar in de inhoud van zijn werk. Bade vermengt zijn persoonlijke invallen met krantenkoppen en nieuwsberichten uit de massacommunicatie en schuttingleuzen, graffiti-tekens, "found-opinions" uit de subcultuur. Door alles in elkaar over te laten lopen wordt zijn werk een alert, kritisch, spottend en relativerend persoonlijk bericht in een wereld die van eigenbelang, eigendunk, schijnheiligheid en kleinheid aan elkaar hangt: . ‘Principes zijn als scheten - inhouden tot je niet meer kan en ze dan met een knal laten gaan’, op maar een van de meest opvallende opschriften in zijn werk te noemen.
Wat vanuit ambtelijk oogpunt bezien de keuze voor een beeld van Bade lastiger maakt, is dat er niets te kiezen valt. Wie voor hem kiest, kiest voor een houding maar niet voor een kant-en-klaar kunstwerk. Bade bedenkt zijn werk niet in uitgekristalliseerde vormen; het werk ontstaat vanuit het doen, het scheppen. Daarbij kunnen wegen worden ingeslagen die de maker ver van zijn uitgangspunt kunnen brengen; maar die hem daardoor juist ook onherroepelijk naar huis voeren. Het is verbijsterend om te constateren, maar wij – mensen van deze tijd – staan argwanend tegenover deze kunstenaarshouding. We hebben haar tot ouderwets verklaard en zien in haar hooguit een vrijbrief tot ongeremd handelen. Alles is dan in principe mogelijk en artistieke criteria en beslissingen zijn willekeurig en oncontroleerbaar geworden. We verlangen van kunstenaars echter dat zij hun werk op schaal en in de verschillende stadia van hun ontwikkeling kunnen tonen en beredeneren; zoals we dat gewend zijn in onze rationele, calculeerbare en productgerichte maatschappij.
In de opvatting van Bade steekt en zeurt ook de verloren utopie van de jaren zestig en zeventig. Dat was de tijd waarin de verbeelding nog aan de macht kon komen, waarin het Beuysiaanse adagium ‘Jeder ist ein Künstler’ op ieders lip bestorven lag en waarin zelfexpressie prevaleerde boven logisch redeneren en feitelijk denken. Waar zijn de dagen van deze schaamteloze en gepassioneerde naïviteit gebleven? In de periode van de grote schoonmaak daarna is veel achter slot en grendel verdwenen dat op zijn minst aan een hernieuwde beschouwing en mogelijk ook aan herwaardering toe is. Het plaatsen van een beeld van Bade, een kunstenaar die in velerlei opzichten schatplichtig aan die rijke en wisselvallige jaren is, is te beschouwen als een hoopvol teken.
Anita is ‘Badiaans’ tot stand gekomen. Bade heeft de commissie geen uitgewerkte maquettes laten zien en bracht tot op het laatste moment drastische wijzigingen aan. Hij kon voor Anita niet terugvallen op zijn geliefde ‘slumb-materials’ – materiaal en beeld zou van duurzamer aard moeten zijn. Met behulp van de technische kennis van een polyesterbedrijf dat gewend is beelden en installaties voor de pretparken van Walt Disney te maken – kon Bade het beter treffen? – werd de stofuitdrukking van de materialen precies en natuurgetrouw gereproduceerd. "Geile Anita", noemden ze haar op de fabriek en dat beviel Bade wel. Uit een puinzak rijst zij op: het Rotterdamse vrijheidsbeeld, haar satéprikker als fakkel omhooghoudend. De puinzak als sokkel is een geweldig statement; daarin balt de poëzie van de agressie samen als de energie van de permanente constructie en deconstructie. De puinzak op het trottoir is het teken van ‘werk aan de winkel’, van ‘slopen om te vernieuwen’, zij is de hoekige knapzak van de voortschrijdende verandering. Is er een betere standplaats voor dit beeld denkbaar dan in deze stad van werkers? Maar ook in sculpturale zin is de puinzak evocatief. Daarin is het overtollige materiaal opgeslagen waaruit Anita door Bade is bevrijd.
Anita oogt in haar ruwe schetsmatigheid wisselvallig: in haar ronde, gekleurde vormen zowel wellustig als gewond en kwetsbaar. In deze tweespalt smelten herinneringen samen: zij staat daar als een eenzame amazone, fier en gereed. Anita staat op wacht bij het skateveld, een vrijplaats op de smalle landtong in de verkeersstromen van de omringende stad. Zij staat daar pal voor de verbeelding en de vrijheid – van de kunstenaar, de stad en zijn bewoners. Gerafeld en gehavend dat wel – maar in die kritische onvolkomenheid een bevrijdende belofte.


Lex ter Braak

TENT. CAT. DAVID BADE, NEXT TO TEXT NEXT, NICE (MUSEE D'ART MODERNE ET D'ART CONTEMPORAINE) 1999

Archief

Vrijdag 20 juli 2001 heeft Els Kuijper, wethouder Buitenruimte, Milieu en Onderwijs het beeld 'Anita' van David Bade onthuld.

Na een welkomstwoord door Hans Abelman (voormalig hoofd IBC) gaf Lex ter Braak, directeur Fonds van Beeldende Kunsten, Vormgeving en Architectuur...

David Bade wint Sikkensprijs 2010

Als onderdeel van de prijsuitreiking krijgt Bade de opdracht een kunstwerk in de openbare ruimte te maken, die door Sikkens Foundation financieel...