Corporate Entity

Corporate Entity, fotografie: Jannes Linders

Het Beeld

Noch de architect, noch de opdrachtgever legde Couzijn een artistiek program op, zodat de kunstenaar alle vrijheid had om zijn eigen uitgangspunten te bepalen.
Couzijn koos voor een horizontaal georiënteerde sculptuur, die duidelijk zou contrasteren met de verticaliteit van het gebouw. Daar het geheel in een vijver kwam te staan, zou de brede sculptuur gespiegeld worden door het water. Couzijn zelf wilde het beeld los in de vijver plaatsen, maar de opdrachtgever was bang voor schade door rukwinden. Besloten werd om het 20.000 kilo wegende bronzen gevaarte aan de luifel tussen ingang en vijver te bevestigen.

Corporate Entity is opgebouwd uit drie hoofdsegmenten, die naast elkaar zijn geplaatst en elkaar op enkele punten overlappen. De hoofdvormen zijn samengesteld uit grillige elementen die alle richtingen uitwaaieren en het beeld oproepen van een gefragmenteerd geheel. De overlappingen versterken de samenhang en het expressieve karakter van de hoofdfiguren. Ook de kleur draagt bij aan de dramatische kracht van het beeld. Op verzoek van Couzijn mengde de bronsgieter een speciale bronslegering met zesennegentig procent roodkoper erin, zodat het oppervlak zo snel mogelijk groen zou uitslaan.

Over de betekenis van het beeld wordt nog altijd gespeculeerd. Er wordt gesproken van 'belichaming van de eenheid binnen het grote bedrijf' (vandaar de foutieve vertaling 'Belichaamde eenheid'), maar ook van 'een aanklacht tegen de machtspositie van de multinational'.

Specificaties

bijnamen De schroothoop
jaartal vervaardiging 1963
locatie sinds 1992, Weena, C.S kwartier, Centrum
afmetingen beeld (hxbxl) in cm 627 x 800 x 1354 (18.000 kilo)
materiaal Brons

De Plek

Dat model werd verzaagd in ruim zestig stukken, die allemaal in een mal van vuurvast materiaal werden omgezet, onder hoge temperatuur uitgestookt en afzonderlijk in brons afgegoten. Alle fragmenten kregen een zuurbadbehandeling en na grondige reiniging werden de ruim zestig losse onderdelen met een speciale lasmethode aan elkaar gelast tot drie afzonderlijke segmenten. Om de kwaliteit van het laswerk te kunnen beoordelen, werden regelmatig – vooral van de kwetsbare plekken – röntgenfoto's gemaakt.

Wegens het immense formaat geschiedde het transport naar Rotterdam, november 1962, over het water. Met een platbodemschuit voer men in twee dagen over het IJsselmeer, via het Amsterdam-Rijnkanaal, de Lek en de Nieuwe Maas naar de Coolhaven. Vanaf daar ging het transport per trailer naar het Burgemeester 's Jacobplein, waar het op locatie werd geïnstalleerd. In 1963 werd het beeld onthuld. In 1992 verhuisde het met Unilever mee naar de nieuwbouw aan het Weena. 

Het Essay

In New York leerde hij de Amerikaanse beeldhouwster Pearl Perlmuter kennen, met wie hij in 1945 trouwde. Een jaar later vestigden zij zich definitief in Amsterdam. Couzijn verwierf spoedig bekendheid als vernieuwer van de Nederlandse beeldhouwkunst met sculpturen die om hun expressiviteit, hun ruimtelijke vormgeving en hun onderwerpskeuze als onconventioneel werden beschouwd. Met gelijkgezinde collega’s als Pearl Perlmuter, Carel Kneulman en Willem Reijers deelde Couzijn - vanuit een (joods-)humanistische belangstelling - een voorliefde voor figuren in ongekunstelde, alledaagse handelingen en scènes. In de jaren vijftig zette een tendens tot abstrahering in. Tot midden jaren vijftig boetseerde Couzijn zijn beelden in chamotteklei, daarna ging hij werken met was, veelal in combinatie met gevonden voorwerpen, en experimenteerde hij met alternatieve gietmethoden. Eind jaren zestig verruilde hij was, brons en objets trouvés steeds meer voor gelast roestvrij staal en cortenstaal. Met de intrede van deze nieuwe materialen en technieken nam zijn werk gaandeweg vervreemdender vormen aan. De bekendste sculpturen uit deze periode zijn Auschwitz (1966; Museum Kröller-Müller, Otterlo) en Het bed (1967; Stedelijk Museum, Amsterdam). Het zijn onheilszwangere beelden, waarin Couzijn kachelschermen en een ijzeren bed een dramatische kracht verleende door suggestieve, amorfe bronzen toevoegingen. Corporate Entity markeert de overgang van een overwegend abstracte naar een meer surreële beeldtaal, maar ook de overstap van bronzen plastieken naar sculpturen, vervaardigd met onorthodoxe materialen en technieken.
De Unilever-directie vroeg Couzijn in 1958 een grote sculptuur te vervaardigen, ter plaatsing boven de vijver en voor de ingang van het nieuwe, door ingenieur A.J.B. van de Graaf ontworpen bakstenen kantoorgebouw aan het Burgemeester ‘s Jacobsplein in Rotterdam. Deze opdracht is niet geheel los te zien van een eerder, onuitgevoerd gebleven ontwerp dat Couzijn in 1951 maakte in het kader van een prijsvraag voor een Nationaal Monument voor de Koopvaardij in Rotterdam, dat de herinnering aan de rol van de Nederlandse koopvaardij tijdens de Tweede Wereldoorlog levend moest houden. Couzijn ontwierp hiervoor een omvangrijk, nagenoeg abstract monument. De jury twijfelde echter aan de technische uitvoerbaarheid. Onder druk van de publieke opinie werd uiteindelijk het conventionelere ontwerp (De boeg) van Frederico Carasso gerealiseerd. Unilevers opdracht aan Couzijn, zeven jaar later, kan mede gelden als een compensatie voor het gemis van het monument dat aan de Maas had kunnen oprijzen.
In 1959 werd het ontwerp voor Corporate Entity met zijn drieledige structuur goedgekeurd. In het verhoogde middendeel is een mensfiguur met vlerkachtige ledematen herkenbaar, die uitrijst boven de twee zijdelen. Het motief van de Icarus-achtige gestalte sluit aan bij eerdere werken van Couzijn uit de jaren vijftig, waaronder ook het grote bronzen reliëf De koerier uit 1958 aan het voormalige Vrije Volkgebouw in Rotterdam. Het Icarus-motief in Corporate Entity staat symbool voor de menselijke ondernemingsgeest die de beperkingen van het alledaagse bestaan tracht te ontstijgen. In zijn ontwerp voor Unilever wilde Couzijn gestalte geven aan de handelende persoon die van bovenaf orde schept in een complexe organisatiestructuur. Omdat Couzijns oorspronkelijke titel, The Manipulator, naar de mening van Unilever een te negatieve bijklank had, kreeg het uiteindelijk de naam Corporate Entity (vaak ten onrechte vertaald in Belichaamde eenheid). De Engelstalige titel verwijst zowel naar de man aan de top, die de eenheid binnen het bedrijf bewaakt, als naar de organisatievorm van Unilever - een Naamloze Vennootschap. Couzijn lijkt met de sculptuur en de dubbelzinnige titel echter ook te zinspelen op de minder prettige kanten van bedrijfshiërarchieën.
De vervaardiging van de circa twintigduizend kilo zware Corporate Entity was een ware tour de force die drieënhalf jaar besloeg; het is waarschijnlijk de grootste bronzen plastiek ooit in Nederland gegoten. In een voor dit doel opgetrokken loods aan het Amsterdamse Weteringplantsoen vervaardigde Couzijn met assistenten uit platen perspex en was een gietmodel op ware grootte. De plastiek werd daarop in zestig afzonderlijke delen in speciale ovens gegoten volgens de cire-perdue-methode. Deze werden vervolgens in Soest afgewerkt en aaneengelast. Eind 1962 werd het beeld in drie delen over het water naar Rotterdam vervoerd, waar het ter plekke werd geassembleerd en geïnstalleerd. Na de onthulling van de plastiek, op 11 juni 1963, kreeg het beeld in de volksmond weldra de bijnaam ‘De schrootfraude’. Het getourmenteerde uiterlijk werd geassocieerd met oud metaal; ‘de schrootfraude’ was een op dat moment geruchtmakende zwendel met Europese subsidiegelden.
In september 1992 verhuisde Corporate Entity, bij de oplevering van een nieuw, door Jan Hoogstad ontworpen hoofdkantoor voor Unilever, naar de huidige locatie aan het Weena. Couzijns hoofdwerk kreeg daarmee een prominentere plaats in de stad, maar ontbeert nu de grote, spiegelende vijver en de achterwand waarvoor het werd ontworpen.

Roel Arkesteijn

literatuur:
I. Boelema, A. Overbeek (red.), Couzijn. Beeldhouwer / sculptor, Weesp (Stichting Openbaar Kunstbezit) 1986.

A.M. Hammacher, Beweging in brons. Enige gegevens over de sculptuur van Wessel Couzijn voor het hoofdgebouw van Unilever n.v.. Met de rede, uitgesproken door prof. dr. A.M.W.J. Hammacher ter gelegenheid van de onthulling, Rotterdam (Unilever N.V.) 1965.

F. Villanueva, ‘Corporate Entity’, in: L. Jans, H. Scheerder, F. Villanueva, A cire perdue, Amersfoort (Hermen Molendijk Stichting / Centrum Beeldende Kunst) 1993, pp. 100-122.