Maasbeeld
Het Beeld
Met zijn 182 meter is het Maasbeeld een immens kunstwerk, maar
aan de voet van de Willemsbrug lijkt het niet meer dan een bescheiden,
speelse arabesk. Autonoom, maar toch afgestemd op de plaats. Net als het
andere beeld van Auke de Vries in de stad, bij het Nederlands
Archtitectuurinstituut.
De geschiedenis van het Maasbeeld begon met de vraag die hij kreeg om
zijn kunstenaarsblik over de stad te laten gaan. Gemeentewerken vroeg
hem om advies voor de Willemsbrug en de aard van een kunstwerk daarbij.
Het werd een lang gesprek over kades, water, ruimte en stedelijke
kwaliteit.
De Vries deed aanvankelijk niet mee aan de open inschrijving voor de
opdracht voor het kunstwerk bij de brug, maar toen hij gevraagd werd en
de gelegenheid kreeg er een jaar over na te denken, deed hij toch een
voorstel.
De natuurkrachten doen hun werk: de ‘waslijn’, zoals het beeld in
Rotterdam al snel heette, hangt door, de dwarse balken trekken hem naar
opzij, de stalen ballen bungelen aan hun stoere ijzerdraad. Het beeld
verbindt de Willemsbrug met een gehandhaafde pijler van de inmiddels
ontmantelde spoorbrug. Het beeld gedijt in het romantisch-ruige, en toch
besloten samenspel van rivier, brug en kademuur. (DvT)
Specificaties
| bijnamen | De waslijn |
| jaartal vervaardiging | 1982 |
| locatie sinds | 1983, Bolwerk, Rivieroevers, Centrum |
| stroming | Analytisch kubisme |
| afmetingen beeld (hxbxl) in cm | 182 m lang |
| materiaal | Staalplaat, polyester en staalkabel |
Het Essay
Aanleiding voor het Maasbeeld was de bouw van een nieuwe brug over de
Nieuwe Maas tussen de noorderlijke oever en het Noordereiland. Rotterdam
nodigde in 1978 kunstenaars uit mee te denken over de kleur van deze
nieuwe Willemsbrug. De Vries vond het vreemd een kunstenaar alleen te
vragen voor een kleuradvies en ging aanvankelijk niet op de uitnodiging
in. Wel ging hij met het stedenbouwkundig team in gesprek en deed hij onderzoek naar
de omgeving van de brug op de noordelijke Maasoever en het
Noordereiland. In het rapport dat hij in 1980 presenteerde deed hij toch
een voorstel voor de kleur van de brug, maar ook suggesties voor de
inrichting van de stedelijke situatie aan beide uiteinden en voor de
locatie van het in het kader van de percentageregeling te realiseren
kunstwerk.
Over de plaats waarvoor hij later het Maasbeeld zou ontwerpen, stelde hij dat een kunstwerk hier niet mocht concurreren met de hoogbouw op de oever, maar zich moest verhouden tot de beslotenheid
tussen bruggen, kademuur en rivier. De Vries’ kleurvoorstel voor de brug
werd overgenomen en hij kreeg bovendien opdracht een beeld voor de
noordelijke oever te ontwerpen.
Het Maasbeeld was niet het eerste monumentale werk dat De Vries maakte. In het kader van de percentageregeling realiseerde hij
sinds begin jaren zeventig verschillende grote sculpturen bij
Rijksgebouwen. Hierin overheerst veelal nog een systematische ordening
van gelijksoortige elementen, zoals in de Windbrekende sculptuur uit
1972 bij de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders in Lelystad. In de
jaren tachtig werd zijn beeldtaal vrijer; zowel in de kleine, vrije
sculpturen als in het monumentale werk. Losse, abstracte elementen in
verschillende materiaalsoorten werden nu met elkaar verbonden tot wankel
ogende constructies, waarin solide vormen en ijle lijnen elkaar
afwisselen. Steeds is er sprake van een subtiel evenwicht, letterlijk en
compositorisch. Lijnen en vormen waaieren uit in verschillende
richtingen, zodat zijn beelden nauwelijks een centrum of een begrenzing
kennen. De Vries’ werk is altijd volledig abstract en heeft zelden een
titel. Als er een titel is, geeft die hooguit de locatie aan of het
aantal elementen waaruit een beeld bestaat.
Bij het maken van een werk voor een specifieke locatie reageert De Vries
niet op inhoudelijke of sociale kenmerken van een plek, maar eerder op
de formele aspecten. ‘Ruimtelijkheid, perspectieven en zichtlijnen van
de stad, daar moet je iets mee doen. [...] Elke plek vraagt om andere
maten en verhoudingen’, zo zei hij medio jaren negentig over zijn werk.
Hij zoekt naar aansluiting of contrast met de horizontalen of verticalen
van de omgeving. Schaal en maat zijn daarbij bepalend voor het formaat
van zijn werk. Zo is het beeld aan de Nieuwe Maas met een lengte van 182
meter op zich groot, maar naast de Willemsbrug en met het zicht op het
water of de skyline langs Boompjes slechts een bescheiden toevoeging.
Uit de verschillende ontwerpschetsen voor het beeld blijkt dat De Vries
voor de vorm van het werk werd geïnspireerd door de wind en het water.
Drijvende, dobberende en zinkende vormen, resten van een schip die boven
het water uitsteken, een scheepshoorn waar de wind doorheen blaast,
zijn in deze ontwerpen terug te vinden. In het uiteindelijke beeld
spelen de verbinding tussen de twee bruggen en de spanning van de
staalkabels een belangrijke rol; wind en water zorgen voor een subtiele
beweging.
De Vries kreeg een tweede opdracht voor een monumentaal werk in
Rotterdam toen in 1993 het Nederlands Architectuur-instituut werd
gebouwd. Bij het NAi koos De Vries voor een meer prominente aanwezigheid
van zijn werk dan bij het Maasbeeld het geval is. Het beeld dat in de
vijver van het door Jo Coenen ontworpen architectuurinstituut staat, is
niet alleen afgestemd op dat gebouw, maar vooral ook op de schaal en
maat van de omgeving als geheel. Evenals het NAi-gebouw zelf is de
sculptuur aan de bovenzijde niet afgesloten maar heeft een open
structuur. In reactie op de geometrische vormen van het gebouw en de
vijver koos De Vries hier voor expressieve vormen en kleuren.
De twee Rotterdamse beelden maken de uitersten van zijn werk goed
duidelijk; in afstemming met de omgeving kiest hij soms voor een
prominente markering van de locatie en soms voor een meer bescheiden en
subtiele toevoeging. Beide beelden markeren ook twee andere aspecten van
het oeuvre van De Vries: aan de ene kant de hangende beelden die als
een spinnenweb aan enkele punten zijn bevestigd, aan de andere kant de
beelden
die zich vanaf de grond verticaal oprichten om vrij de ruimte te verkennen.
Marjolein Sponselee
Moscoviter, H., Het Maasbeeld van Auke de Vries, Rotterdam s.d. [1995] /
Tent. cat. Auke de Vries. Voorstudies voor beelden in opdracht,
Breda/Den Haag (De Beyerd/Galerie Nouvelles Images) 1988. / Tent. cat.
Auke de Vries, beelden 1980-1987, Rotterdam (Museum Boymans-van
Beuningen) 1988. / Tent. cat. Auke de Vries. Skulpturen, die 90er Jahre.
Esslingen (Villa Merkel) 1994.
Archief
Zes jaar is het Maasbeeld van Auke de Vries weggeweest voor de werkzaamheden aan de Spoortunnel.
Inmiddels zijn deze activiteiten beëindigd en is de sculptuur weer bevestigd aan de Willemsbrug en aan een 120 jaar oude eenzame spoorbrugpeiler....
Tentoonstelling Auke de Vries in Museum Wiesbaden
In Museum Wiesbaden is t/m 17 mei de tentoonstelling 'Auke de Vries: Intervention (Nester)' te zien. Drie zwevende staalsculpturen van Auke de...


