Reclining Figure
Het Beeld
Reclining Figure (1969) is een van de drie beelden van Willem de Kooning die de stad rijk is. Het vormt een eenheid met twee andere beelden van De Kooning: Seated Woman (1969) en Standing Figure (1969). De eerste is eigendom van de stad. Standing Figure en Reclining Figure zijn beide in bruikleen van De Willem De Kooning Foundation (sinds 2005). Beide beelden stonden voor die tijd in Boston.
Eind jaren '60 begon de schilder te experimenteren met boetseerklei. De Kooning zag het werken met klei als ruimtelijk schilderen. Hij liet zijn sculpturen, net als zijn schilderijen, in een spontane beweging ontstaan, zonder schetsen of voorstudies. Op aanraden van Henry Moore liet hij Seated Woman vergroten. Hij kleide de beelden met drie paar handschoenen over elkaar omdat hij zijn eigen handen te klein vond. Boetseren vond hij geen wezenlijk andere activiteit dan schilderen; hij zag klei als dikke verf.
De manier van werken is aan het afgietsel af te lezen. De ledematen van
rolletjes klei die aan de geknede romp zijn bevestigd, de komvormige
indrukken van een duim, zelfs de uitvergrote vingerafdrukken die zich in
de bronzen huid aftekenen, zijn allemaal te relateren aan de menselijke
hand. Alleen de strakke vorm waar de vrouw op zit, wijkt hiervan af.
Het levendige, donkere patina waarmee het brons is afgewerkt, versterkt
door de reflecties de welvingen van het beeld.
Het onderwerp van het beeld, een zittende vrouw, is in eerste instantie
wat moeilijk herkenbaar. Haar te lange benen lijkt de vrouw over elkaar
te hebben geslagen, maar hoe die ledematen zijn opgebouwd is niet
precies aan te duiden. Links steekt een onderbeen naar achteren, rechts
zweeft een contravorm in de vorm van wat extra ledematen lijken. Ook de
armen zijn schetsmatig en niet in een levensechte verhouding tot het
lichaam afgebeeld.
Specificaties
| jaartal vervaardiging | 1969 |
| afmetingen beeld (hxbxl) in cm | 376 x 640 x 203 of 170 x 330 x 244 |
| materiaal | Brons |





