Screw Arch
Het Beeld
De Screw Arch van Claes Oldenburg is in feite een
ontwerp voor een brug. Het idee voor de brug ontstond naar aanleiding de
plannen voor een Nieuwe Willemsbrug over de Maas. Op uitnodiging van
directeur Wim Beeren werkte Oldenburg tussen 1978 en 1982 exclusief voor
Museum Boijmans Van Beuningen aan een maquette, een ets en een
sculptuur naar dit idee. Het schroefboogproject werd voltooid in New
York. In oktober 1982 kwam een kolossale schroefboog, vervaardigd in
drie afzonderlijke delen, per schip aan in Rotterdam, tezamen met
zeventien werktekeningen, een maquette, drie etsen en diverse foto's en
documentatie die onderdeel uitmaakten van het project. De expositie
voor publiek vond plaats in de zomer van 1983.
De schroefboog bestaat uit een gebogen, aluminium schroef van circa vier
meter hoog en zeven meter lang. De schroef is niet recht, zoals men zou
verwachten, maar gebogen, alsof het materiaal slap is en onder zijn
eigen gewicht doorhangt. Toch blijft het object herkenbaar. Juist de
spanning in de vorm die door het buigen is ontstaan en de
'natuurgetrouwe' uitvergroting maken deze schroefboog tot een bijzonder,
architecturaal aandoend maar tegelijkertijd speels object.
Aanvankelijk was het de bedoeling om de schroefboog, met bijbehorende
maquette en etsen, enkele maanden per jaar in Museum Boijmans Van
Beuningen te tonen. Het formaat van het beeld is afgestemd op de
afmetingen van de zalen in de Bodonvleugel. Ter plekke aangekomen leek
het een beter idee om het object een permanente plek in de museumtuin te
geven. Oldenburg koos voor een plek boven het water, op het talud
tussen de vijvers, als een herinnering aan zijn oorspronkelijke plan de
schroef als brug uit te voeren. Het beeld wordt weerspiegeld in het
water waardoor origineel en spiegelbeeld samen een kring vormen.
Specificaties
| bijnamen | Schroefboog |
| jaartal vervaardiging | 1982 |
| locatie sinds | Museumtuin Boijmans Van Beuningen |
| stroming | Pop Art |
| afmetingen beeld (hxbxl) in cm | 386 x 240 x 655 |
| materiaal | Aluminium |
De Plek
In 1976 woonde Claes Oldenburg tijdelijk in Deventer. In die
periode raakte hij onder de indruk van de vele boogbruggen die hij zag
op zijn reizen door Nederland. Hij bracht meerdere bezoeken aan
Rotterdam in verband met een mogelijke opdracht voor een object aan de
Coolsingel, maar zijn projectvoorstel voor een enorme schroef op het
Churchillplein bleek niet haalbaar. Toen Oldenburg in 1977 hoorde van
een project voor de bouw van een Nieuwe Willemsbrug, raakte hij zeer
gedreven om één van zijn fantasieën in Rotterdam te verwezenlijken: een
brug in de vorm van een gebogen schroef.
Voordat Oldenburg de schroef met Rotterdam associeerde, maakte hij in
1969 al een zachte, licht doorbuigende schroef. Voorlopers van
soortgelijke fantasieën als de schroefbrug zijn al in zijn eerdere werk
aan te wijzen, bijvoorbeeld in een model uit 1971 voor een brug in de
vorm van een zaag, gesitueerd over de Rijn bij Düsseldorf.
In 1978 – Oldenburg woonde inmiddels weer in New York – kreeg hij bezoek
van de directeur van museum Boijmans Van Beuningen. Toen ontstond het
idee om een project rond de schroefbrug op te zetten. Er werd
afgesproken dat Oldenburg voor het museum zou gaan werken aan een
project dat een maquette van de brug, een ets en een sculptuur als
eindresultaat zou hebben.
Oldenburg maakte een ontwerp voor een dubbele schroefboogbrug over de
Maas. Het was zijn meest vergevorderde studie naar de transformatie van
een kleine sculptuur naar een groot utilitair bouwwerk. Maar de brug,
die negentig meter hoog zou worden met een overspanning van
honderdzestig meter, bleek niet te passen op plek waar Oldenburg deze
had gedacht. Het resultaat werd door Oldenburg wel in maquette
uitgevoerd.
Het Essay
Vergeleken met het nietige voorwerp dat als voorbeeld
diende, heeft Screwarch van Claes Oldenburg in de tuin van Museum
Boijmans Van Beuningen het ver geschopt. De extreme vergroting verleent
de vorm een abstracte kwaliteit. Ook in ander opzicht wijkt de sculptuur
af van zijn uitgangspunt. Door de gebogen contour is de functionele
potentie van de schroef veranderd in een esthetisch ideaal. Lijkt de
gebogen vorm al in tegenspraak met de functie van de schroef, de
vervreemding wordt nog groter door de matglans, die de huid van het
object een rubberachtig aanzien geeft. De uit 1982 daterende Screwarch
vormt het monumentale besluit van Oldenburgs jarenlange werken met dit
motief. Geflankeerd door een sigarettenpeuk, een lippenstift en een
deurknop komt de gebogen schroef al in 1969 voor in een tekening, waarin
Oldenburg zijn repertoire van alledaagse voorwerpen rangschikte naar
categorie. In deze snelle, associatieve tekening blijken uiteenlopende
gebruiksvoorwerpen, bevrijd uit hun materiële en functionele keurslijf,
onvermoede verwantschappen te bezitten. Niet de keuze van dergelijke
motieven, maar vooral de materiële uitwerking die ze in de loop der
jaren in zijn driedimensionale werk hebben gekregen, weerspiegelt
Oldenburgs ontwikkeling als kunstenaar. Daarvan getuigt ook de serie
werken rond de gebogen schroef, waarin een vroege softsculpture Study
for a soft screw uit 1969 en de schroefboog uit 1982 elkaars genpolen
zijn.
De softsculpture uit de hoogtijdagen van de pop art, ziet er
vergeleken met de perfect uitgevoerde Screwarch wat provisorisch uit.
Canvas, ijzerdraad en karton hebben plaatsgemaakt voor zorgvuldig in
vorm gesneden en geperste platen aluminium in een perfecte boog. Deze
gedaantewisseling, waarin een veranderlijke, amorfe gestalte plaats
maakt voor strenge, architecturale vormen, loopt parallel aan de
ontwikkeling van Oldenburgs ‘kolossale monumenten’. De eerste Proposals
for colossal monuments dateren uit 1965. Het zijn schetsen van banale
voorwerpen die, ontdaan van hun functionele eigenschappen en opgeblazen
tot gigantische proporties, als monument zijn gedacht voor een
specifieke locatie. De omgeving waarin ze zijn geprojecteerd, is niet
alleen letterlijk maatgevend, ook in inhoudelijk opzicht zoekt Oldenburg
naar een betekenisvolle relatie. Aanvankelijk ging het in deze
proposals om fantastische invallen, maar vanaf 1969 blijkt een aantal
ook als sculptuur levensvatbaar. Een vroeg voorbeeld is de twaalf meter
hoge troffel die in 1971 deel uitmaakte van de manifestatie Sonsbeek
buiten de perken en die enkele jaren later een definitieve locatie kreeg
in het beeldenpark van het Kröller-Müller Museum.
Met zijn kolossale monumenten begeeft Oldenburg zich steeds meer op het
raakvlak van sculptuur en architectuur. Zo vormde een tekening van een
enorme, op de kop staande schroef in 1971 zijn voorstel voor een
monument bij een begraafplaats in São Paolo. In datzelfde jaar ontstond
de schets van een enorme zaag, die als brug de Rijn bij Düsseldorf
overspant. In 1976 kreeg ook de schroefboog architecturale dimensies.
Arched soft screw as building luidt de titel van een grote litho uit dat
jaar en in een andere litho uit hetzelfde jaar liet Oldenburg een
kolossale schroefboog verrijzen op Times Square in New York. Toen hij in
september 1976 werd benaderd door de gemeente Rotterdam bracht hij het
thema van de schroef in relatie met Rotterdam.
Onder de indruk van zijn ontwerp voor de Batcolumn in Chicago – een werk
dat door zijn open constructie en plaatsing naast een gevel een speels
antwoord lijkt op Naum Gabo’s Bijenkorf constructie in Rotterdam – vroeg
de gemeente Oldenburg een voorstel te doen ter markering van de
Coolsingel ter hoogte van het Churchillplein. Het imago van de stad
indachtig, koos Oldenburg, mede op instigatie van zijn vrouw Coosje van
Bruggen, voor het motief van de schroef en maakte hij op een enveloppe
een schets waarin een grote schroef zich met een enorme boog over de
linker weghelft van de Coolsingel buigt. Al snel bleek realisatie van
het voorstel onhaalbaar. Het motief van de gebogen schroef bleef
Oldenburg echter bezig houden. Gefascineerd door de vele boogbruggen in
Nederland, waaronder de Van Brienenoordbrug bij Rotterdam, ontwierp hij
een brug in de vorm van twee gebogen schroeven, die elkaar in het midden
ontmoeten. In de loop van 1977 werkte hij dit ontwerp uit tot een
voorstel voor de nieuw te bouwen Willemsbrug over de Nieuwe Maas in
Rotterdam. Een voorstel dat, hoe fantastisch ook, volgens Oldenburg
technisch gezien wel uitvoerbaar zou zijn. Een bezoek aan Kinderdijk in
december 1977 sterkte hem in die overtuiging. Hij zag er een enorme
schroefpomp, waarvan de foto later als voorbeeld diende voor de
constructie van Screwarch. Ook dit voorstel werd echter niet uitgevoerd.
Begin 1979 kreeg Oldenburg alsnog de kans om het motief van de schroef
met de stad Rotterdam te verenigen. Wim Beeren, die toen net als
directeur van Museum Boymans-van Beuningen was aangetreden, vroeg hem om
speciaal voor het museum een aantal werken te realiseren. Dit verzoek
was mogelijk doordat de gemeente geld beschikbaar stelde voor aankopen
van werk van Andy Warhol, Walter de Maria, Joseph Beuys, Bruce Nauman en
Claes Oldenburg, kunstenaars die in de ogen van Beeren sleutelfiguren
waren in de kunst van de jaren zestig.
Tussen 1979 en 1982 maakte Oldenburg drie etsen en een grote maquette in
brons, staal en aluminium van zijn ontwerp voor de Willemsbrug. In de
zomer van 1983 werd bovendien Screwarch gepresenteerd. De hoogte van de
schroefboog, 3, 86 meter, is afgestemd op bovenzalen van de Bodonvleugel
van Museum Boymans-van Beuningen. Nog voordat de sculptuur daar stond
opgesteld, werden met Oldenburg gesprekken gevoerd over een permanente
plaatsing in de museumtuin. Als locatie koos hij het talud tussen de
twee vijvers. Anders dan in het oorsponkelijke ontwerp, zal de sculptuur
het hier nooit kunnen opnemen tegen de drukte van het verkeer of de
bedrijvigheid op het water, maar moet de schroefboog zich bewijzen in de
stilte.
Hanneke de Man
literatuur:
Axsom, Richard en David Platzker, Printed Stuff, Prints, Posters, and
Ephemera by Claes Oldenburg. A Catalogue Raisonné 1958-1996, New York,
1997, pp.278-285 en 321-327.
Blok, Cor, Claes Oldenburg: Het Schroefboog-projekt; een opdracht van
Museum Boymans-van Beuningen, Rotterdam 1978-1982, Museum Boymans-van
Beuningen Rotterdam, 1983
Celant, Germano, A Bottle of Notes and Some Voyages. Claes Oldenburg,
Coosje van Bruggen, cat. City Art Galleries, Leeds, 1988 pp. 128-145.
Oldenburg, Claes, Notes in Hand, Petersburg Press, 1971, p.49
Oldenburg Claes en Coosje van Bruggen, Large-Scale Projects, 1977-1980, New York 1980, pp. 44-49
Oldenburg, Claes en Coosje van Bruggen, Large-Scale Projects, London 1995, pp.356-369.
Claes Oldenburg, Coosje van Bruggen, cat. Museo Correr, Venezia, 23 mei – 3 oktober 1999


