Sylvette

Sylvette, Westersingel (Boijmans), fotografie: Jannes Linders 2011

Het Beeld

Het betonnen beeld Sylvette is een uitvergroting van één van deze modellen van beschilderd metaalplaat. De gebruikte techniek was een vinding van de met Picasso bevriende beeldhouwer Carl Nesjar. Nesjar ontwikkelde een techniek om de modellen uit te vergroten, door ze op te bouwen uit gietbeton waarin zwarte kiezels werden meegegoten. Vervolgens kopieerde hij de lijnen die Picasso op het metalen origineel schilderde op het lichtgrijze beton door het te zandstralen, zodat de zwarte stenen zichtbaar werden. Deze techniek werd betonsgraffito (schrijven in beton) genoemd en leverde grillige lijnen op, die het handgeschilderde karakter van de originele modellen benaderden.

Hierin ligt ook precies de grond van de kritiek die het beeld kreeg en waarvoor men –
onterecht – de schuld legde bij Nesjar: het geheel lijkt teveel een in de ruimte uitgeklapte vlakke lijntekening, in plaats van een autonome sculptuur die de ruimte om zich heen volledig beheerst.

Specificaties

jaartal vervaardiging 1970
stroming Kubisme
afmetingen beeld (hxbxl) in cm 750 x 500 x 200 (dikte betonplaat 10 cm)
materiaal Gewapend beton met zwarte steentoeslag.

De Plek

Nieuwe voorstellen leidden tot een ontwerp voor een kleinere uitvoering van ‘Sylvette’. Protest kwam nu ook van de Rotterdamsche Kunstkring. Het aandeel van Picasso in het creatieve proces vond men te mager. Door de aanhoudende protesten kon men de hoge kosten van honorarium en productie niet verantwoorden en werd de koop voorlopig afgeblazen.

Dat het beeld uiteindelijk toch een plek kreeg in de Rotterdamse binnenstad is te danken aan de Stichting C'70, organisator van Communicatie 70 (een manifestatie ter ere van het zilveren jubileum van de bevrijding). Zij lieten ‘Sylvette’ tijdelijk plaatsen op het Weena, voor het gebouw van het toenmalige Bouwcentrum. Het Bouwcentrum besloot in 1971 de sculptuur aan te kopen en aan de stad te schenken.

Na ruim dertig jaar was de directe omgeving van het beeld, het Weena, zo veranderd dat Sylvette niet meer tot haar recht kwam. De Commissie Internationale Beelden Collectie stelde voor het beeld te verplaatsen naar een prominente locatie in de binnenstad. In de nacht van 23 op 24 april 2004 werd de 46.000 kilo zware betonconstructie van de fundering losgemaakt en door de binnenstad getransporteerd naar een plek aan de Westersingel, voor de nieuwe aanbouw van Museum Boijmans Van Beuningen.

Het Essay

De werken tonen zijn meesterschap als schilder en maken duidelijk dat hij tot op hoge leeftijd zichzelf nog steeds vernieuwde. De reeks illustreert bovendien dat Picasso het vermogen had een motief op uiteenlopende naturalistische en kubistische wijze te benaderen. Hoewel het kubisme binnen de kunstwereld van de jaren vijftig hoog stond aangeschreven, was het bij het algemeen publiek niet geliefd. De Sylvette-serie echter maakte de moderne schilderkunst toegankelijk en het werk van Picasso begrijpelijk. De serie was zelfs voor jongere generaties aanleiding tot identificatie. Dat ging zo ver, dat de zelfverzekerde rechte houding en de hoge paardestaart van Sylvette een rage werden in Parijs. Meisjes met haar en houding 'à la Picasso' bepaalden een tijdje het straatbeeld.

In 1957 leerde Picasso de Noorse kunstenaar Carl Nesjar kennen. Nesjar had voor een nieuwe betonsoort die in zijn land was ontwikkeld een techniek bedacht waarmee hij grote sculpturale constructies kon maken. Hij goot in het beton kleine zwarte steentjes mee. Als het beton was uitgehard, bewerkte hij het met een zandstraal, waardoor de zwarte steentjes werden blootgelegd. Op die manier kon Nesjar in het beton tekenen, met lijnen die een grof, schetsmatig karakter hebben. Picasso was onder de indruk van deze techniek en de mogelijkheden die ze bood om zijn kleine sculpturen uit te vergroten. Al in 1957 ontstond een eerste samenwerking, waarbij Nesjar beelden van Picasso uitwerkte tot drie monumentale wanddecoraties voor een regeringsgebouw in Oslo. Er volgden tal van ingegraveerde betonconstructies voor openbare gebouwen en parken over de hele wereld. Ook Picasso’s Parijse kunsthandelaar en vriend Kahnweiler had een betonconstructie in de tuin van zijn buitenverblijf staan. Bijenkorf-directeur Van der Wal, lid van de Rotterdamse Commissie Stadsverfraaiing, zag die sculptuur in 1963 en was zo onder de indruk van de monumentaliteit ervan, dat hij bepleitte een soortgelijke betonnen sculptuur voor Rotterdam te kopen. Daarop deed de Commissie Stadsverfraaiing het voorstel om een twaalf meter hoge sculptuur van Picasso en Nesjar in de Kralingse Hout te plaatsen, een groengebied in het noordoosten van Rotterdam. Maar kort nadat ook Picasso zelf met het plan instemde, werd het weer ingetrokken onder druk van de publieke opinie. In tegenstelling tot de wethouder cultuur wilde de bevolking geen 'betonkolos' in het groen. Overigens herzag ook de wethouder haar mening, nadat ze een verwant beeld Vogel had gezien, dat in 1965 in het Vondelpark in Amsterdam was geplaatst. Het had een niet al te gunstige indruk op haar gemaakt. Niettemin deed de Commissie Stadsverfraaiing in maart 1966 opnieuw een poging een sculptuur van Picasso te verwerven. Picasso en Nesjar stelden in 1967 voor om een betongravure van Sylvette te maken, als uitvergroting van de kleine blikken sculpturen van Picasso. Dit plan werd door de Commissie Stadsverfraaiing zelf ingetrokken uit angst voor een nieuwe rel. Toch verrees drie jaar later een Sylvette in Rotterdam, aan de voet van het Bouwcentrum, op de hoek Weena/Westersingel. De acht meter hoge en vijf meter brede platen van Sylvette zijn aan voor en achterzijde gezandstraald en brengen de ruimtelijkheid die Picasso in zijn kubistische werken weet op te roepen, opnieuw naar voor.

Rotterdam heeft haar Sylvette te danken aan C(ommuncatie) '70, een manifestatie ter herdenking van de Tweede Wereldoorlog en ter viering van de wederopbouw van Rotterdam. Het beeld van Picasso moest het moderne en vooruitstrevende karakter en de grootsteedse alllure van de stad Rotterdam onderstrepen. Het Bouwcentrum kocht het werk in 1971 aan en schonk het vervolgens aan de gemeente. Maar de Rotterdamse Sylvette bleef lange tijd een geschenk dat protest uitlokte. Dit keer was het niet de bevolking die protesteerde tegen het beeld, maar waren het jonge kunstenaars uit de stad. Zij maakten vooral bezwaar omdat zij meenden dat de gemeente Rotterdam niet een door Picasso geautoriseerd en door Nesjar uitgevoerd werk had gekocht, maar eerder een op Picasso geënt werk van Carl Nesjar. Het is opmerkelijk dat zulke geluiden niet uit andere landen kwamen waar Nesjar en Picasso betongravures plaatsten. In New York, waar sinds 1968 een Sylvette prijkt voor de New York University is het auteurschap geen kwestie en is men ronduit trots op het beeld.
De afgelopen decennia is de situatie rondom de Sylvette drastisch gewijzigd. De artistieke twisten om het beeld zijn al lang geluwd, maar het beeld wordt nu steeds meer aan het oog onttrokken. De ingangspartij van het Bouwcentrum is verplaatst, de muur achter Sylvette kreeg een lichte kunststof beplating in plaats van de rode baksteen en de bomen die het beeld flankeerden zijn aanzienlijk gegroeid. De allure die het beeld ooit had, is tanende. Misschien is de Rotterdamse Sylvette toe aan een nieuw leven elders in de stad.

Claudine Hellweg


literatuur:
-Adrichem, J. van; De ontvangst van de moderne kunst in Nederland 1910 - 2000, Picasso als pars pro toto, 2001
-online picasso project op www.tamu.edu/mocl/picasso/ tour/t54.html
een selectie van teksten over de Sylvette-serie van:
Daix, P.; Picasso, 1965
Daix, P.; Picasso: Art & Life, 1993
Gallwitz, K.; Picasso 1954 - 1973, 1985
Warncke, C-P. en Walther, I.F.; Pablo Picasso 1881 - 1973, 1995

Archief

Mejuffrouw Mr. J. Zeelenberg, loco-burgemeester en wethouder kunstzaken geeft een toelichting op het voornemen een sculptuur van Picasso aan te kopen.

"De kunstcommissie had in Parijs een beton-sculptuur van Picasso gezien. Onder de indruk daarvan heeft men contact gezocht met de heer Picasso...

Op vrijdag 2 mei 2003 wordt 'Sylvette' op haar nieuwe locatie onthuld.

In de nacht van 24 op 25 april 2003 is de 64.000 kilo zware betonnen sculptuur van Pablo Picasso en Carl Nesjar verplaatst van het Weena naar de...

Geen Picasso in Kralingerhout. Zo had wethouder mejuffrouw Zeelenberg de betonnen Picasso in het Kralingse bos geplaatst gezien.

De kunstenaar had aan de gekozen plaats met "oui" op de foto zijn goedkeuring gehecht. "De stem des volks", zoals de wethouder...