Sylvette
Het Essay
In het voorjaar van 1954 ontmoette Pablo Picasso de twintigjarige
Sylvette David. Picasso was toen 73 jaar oud en had gedurende alle
periodes van zijn kunstenaarschap het vrouwenportret in ere gehouden.
Sylvette was de belichaming van een type vrouw dat Picasso in feite al
een jaar uit het hoofd tekende: een jong meisje met een fier geheven
hoofd op een slanke nek, met klassieke gelaatstrekken en het blonde haar
opgebonden in een hoge paardestaart. Geen wonder dus dat Picasso haar
vroeg voor hem te poseren. Sylvette stemde toe en Picasso portretteerde
haar in zo'n veertig tekeningen, schilderijen en kleine ruimtelijke
constructies uit metaal in een tijdsbestek van twee maanden. Deze reeks
portretten is wel omschreven als een artistieke liefdesverklaring.
Picasso vertaalde haar gezicht in alle denkbare stijlen, van
naturalistische tekeningen tot schilderijen waarin hij de kubistische
stijl, die hij bijna een halve eeuw eerder samen met Braque ontwikkelde,
opnieuw onder de loep nam.
De werken tonen zijn meesterschap als
schilder en maken duidelijk dat hij tot op hoge leeftijd zichzelf nog
steeds vernieuwde. De reeks illustreert bovendien dat Picasso het
vermogen had een motief op uiteenlopende naturalistische en kubistische
wijze te benaderen. Hoewel het kubisme binnen de kunstwereld van de jaren vijftig hoog stond
aangeschreven, was het bij het algemeen publiek niet geliefd. De
Sylvette-serie echter maakte de moderne schilderkunst toegankelijk en
het werk van Picasso begrijpelijk. De serie was zelfs voor jongere
generaties aanleiding tot identificatie. Dat ging zo ver, dat de
zelfverzekerde rechte houding en de hoge paardestaart van Sylvette een
rage werden in Parijs. Meisjes met haar en houding 'à la Picasso'
bepaalden een tijdje het straatbeeld.
In 1957 leerde Picasso de Noorse kunstenaar Carl Nesjar kennen. Nesjar
had voor een nieuwe betonsoort die in zijn land was ontwikkeld een
techniek bedacht waarmee hij grote sculpturale constructies kon maken.
Hij goot in het beton kleine zwarte steentjes mee. Als het beton was
uitgehard, bewerkte hij het met een zandstraal, waardoor de zwarte
steentjes werden blootgelegd. Op die manier kon Nesjar in het beton
tekenen, met lijnen die een grof, schetsmatig karakter hebben. Picasso
was onder de indruk van deze techniek en de mogelijkheden die ze bood om
zijn kleine sculpturen uit te vergroten. Al in 1957 ontstond een eerste
samenwerking, waarbij Nesjar beelden van Picasso uitwerkte tot drie
monumentale wanddecoraties voor een regeringsgebouw in Oslo. Er volgden
tal van ingegraveerde betonconstructies voor openbare gebouwen en parken
over de hele wereld. Ook Picasso’s Parijse kunsthandelaar en vriend
Kahnweiler had een betonconstructie in de tuin van zijn buitenverblijf
staan. Bijenkorf-directeur Van der Wal, lid van de Rotterdamse Commissie
Stadsverfraaiing, zag die sculptuur in 1963 en was zo onder de indruk
van de monumentaliteit ervan, dat hij bepleitte een soortgelijke
betonnen sculptuur voor Rotterdam te kopen. Daarop deed de Commissie
Stadsverfraaiing het voorstel om een twaalf meter hoge sculptuur van
Picasso en Nesjar in de Kralingse Hout te plaatsen, een groengebied in
het noordoosten van Rotterdam. Maar kort nadat ook Picasso zelf met het
plan instemde, werd het weer ingetrokken onder druk van de publieke
opinie. In tegenstelling tot de wethouder cultuur wilde de bevolking
geen 'betonkolos' in het groen. Overigens herzag ook de wethouder haar
mening, nadat ze een verwant beeld Vogel had gezien, dat in 1965 in het
Vondelpark in Amsterdam was geplaatst. Het had een niet al te gunstige
indruk op haar gemaakt. Niettemin deed de Commissie Stadsverfraaiing in
maart 1966 opnieuw een poging een sculptuur van Picasso te verwerven.
Picasso en Nesjar stelden in 1967 voor om een betongravure van Sylvette
te maken, als uitvergroting van de kleine blikken sculpturen van
Picasso. Dit plan werd door de Commissie Stadsverfraaiing zelf
ingetrokken uit angst voor een nieuwe rel. Toch verrees drie jaar later
een Sylvette in Rotterdam, aan de voet van het Bouwcentrum, op de hoek
Weena/Westersingel. De acht meter hoge en vijf meter brede platen van
Sylvette zijn aan voor en achterzijde gezandstraald en brengen de
ruimtelijkheid die Picasso in zijn kubistische werken weet op te roepen,
opnieuw naar voor.
Rotterdam heeft haar Sylvette te danken aan C(ommuncatie) '70, een
manifestatie ter herdenking van de Tweede Wereldoorlog en ter viering
van de wederopbouw van Rotterdam. Het beeld van Picasso moest het
moderne en vooruitstrevende karakter en de grootsteedse alllure van de
stad Rotterdam onderstrepen. Het Bouwcentrum kocht het werk in 1971 aan
en schonk het vervolgens aan de gemeente. Maar de Rotterdamse Sylvette
bleef lange tijd een geschenk dat protest uitlokte. Dit keer was het
niet de bevolking die protesteerde tegen het beeld, maar waren het jonge
kunstenaars uit de stad. Zij maakten vooral bezwaar omdat zij meenden
dat de gemeente Rotterdam niet een door Picasso geautoriseerd en door
Nesjar uitgevoerd werk had gekocht, maar eerder een op Picasso geënt
werk van Carl Nesjar. Het is opmerkelijk dat zulke geluiden niet uit
andere landen kwamen waar Nesjar en Picasso betongravures plaatsten. In
New York, waar sinds 1968 een Sylvette prijkt voor de New York
University is het auteurschap geen kwestie en is men ronduit trots op
het beeld.
De afgelopen decennia is de situatie rondom de Sylvette drastisch
gewijzigd. De artistieke twisten om het beeld zijn al lang geluwd, maar
het beeld wordt nu steeds meer aan het oog onttrokken. De ingangspartij
van het Bouwcentrum is verplaatst, de muur achter Sylvette kreeg een
lichte kunststof beplating in plaats van de rode baksteen en de bomen
die het beeld flankeerden zijn aanzienlijk gegroeid. De allure die het
beeld ooit had, is tanende. Misschien is de Rotterdamse Sylvette toe aan
een nieuw leven elders in de stad.
Claudine Hellweg
literatuur:
-Adrichem, J. van; De ontvangst van de moderne kunst in Nederland 1910 - 2000, Picasso als pars pro toto, 2001
-online picasso project op www.tamu.edu/mocl/picasso/ tour/t54.html
een selectie van teksten over de Sylvette-serie van:
Daix, P.; Picasso, 1965
Daix, P.; Picasso: Art & Life, 1993
Gallwitz, K.; Picasso 1954 - 1973, 1985
Warncke, C-P. en Walther, I.F.; Pablo Picasso 1881 - 1973, 1995





