The Idler's Playground
Het Beeld
The Idler’s Playground bestaat uit twee delen. Het ene deel wordt gevormd door een jongetje met een hoedje op, dat is gezeten op een levensgrote tennisscheidsrechterstoel. Zowel in uiterlijk als in zijn gezichtsuitdrukking lijkt hij verdacht veel op Pinocchio, het fameuze personage uit het verhaal van Carlo Collodi’s. Pinocchio zit te niksen: hij hangt voorover in zijn stoel, zijn kin leunt op zijn rechterhand en hij staart verveeld of beter mismoedig voor zich uit.
Ondertussen is
zijn neus al wel zo lang geworden dat die recht door de paddestoel
priemt die op het tegenoverliggende perkje staat. Onder de paddestoel is
een bankje aangebracht dat de toeschouwers als het ware uitnodigt
hetzelfde te gaan doen als Pinocchio. Maar of ze daar, gezien zijn lange
neus, beter van worden?
Uiteindelijk lijkt beeld vooral een uitnodiging
je aan het dagelijks leven te onttrekken, wat niet alleen blijkt uit
Pinocchio’s niksigheid en het bankje, maar ook uit het feit dat beide
beelden volledig groen zijn gespoten – alsof het hele kunstwerk zo min
mogelijk wil opvallen.
(Tekst: Hans den Hartog Jager)
Specificaties
| jaartal vervaardiging | 2010 |
De Plek
The Idler’s Playground staat aan de rand van het Hofplein, een van de drukste knooppunten van Rotterdam waar het Weena en de Coolsingel bij elkaar komen. Juist doordat het Hofplein zo druk is, komt The Idler’s Playground goed tot zijn recht: het beeld lijkt de passanten en toeschouwers ervan bewust te willen maken dat het heel goed mogelijk is om even uit de maalstroom van het dagelijkse leven te stappen en je over te geven aan een ander ritme.
Het Essay
ESSAY door Hans den Hartog Jager
Cosima von Bonin’s The Idler’s Playground staat op een van de drukste
plekken van Rotterdam – het Hofplein, waar de Coolsingel en het Weena
elkaar aantikken. Hectischer, ruimtelijker en grootstedelijker hebben we
het niet in Nederland. Trams rijden af en aan, auto’s wringen zich in
vijf banen over de rotonde, fietsers, bromfietsers en scooters vliegen
ertussen door, mensen lopen hotels, winkels, kantoren in en uit en
ondertussen ruist op het midden van het plein de fontein in een
wanhopige poging over al het visuele en auditieve kabaal heen te komen.
Waarom zou je daar een beeld van Pinocchio neerzetten? Waar dan? En waarom in vredesnaam?
Ongetwijfeld is er tijdens de ontstaansgeschiedenis van The Idler’s
Playground (commissievergadering hier, bilateraaltje daar) wel iemand
geweest die iets dergelijks heeft opgemerkt (‘om daar nog wat voor
elkaar te krijgen moet je er minstens tien kabouters neerzetten met een
ronkende Tarzan in hun hand’), maar die zag dan even een belangrijke
functie van kunst over het hoofd: het bieden van een tegenstem. Een
onderbreking van het ritme. Wat het Hofplein wel kan gebruiken. Maar hoe
creëer je de tegenstelling van lawaai op een plek die al van herrie is
vervuld? De tegenstelling van volheid op een plaats waar leegte is
uitgebannen? Is het sowieso mogelijk de tegenstelling van aandacht te
scheppen door middel van een kunstwerk?
Enter Cosima von Bonin, koningin van de artistieke ongrijpbaarheid. Om
enigszins te begrijpen hoe Von Bonin werkt hoef je haar alleen maar te
googelen. Het eerste dat dan opvalt is dat er nauwelijks portretten van
de kunstenaar in beeld verschijnen – alsof Von Bonin zichzelf welbewust
buiten de spotlights houdt. De enkele keer dat dat niet is gelukt (Von
Bonin is een van Duitslands beroemdste kunstenaars) zien we een
enigszins androgyn figuur met kort haar en een zonnebril – waardoor
zijn/haar verschijning sterke associaties oproept met het verhaal over
Andy Warhol. Die stuurde op een gegeven moment een acteur het land door
om als ‘Andy Warhol’ lezingen te geven en optredens te verzorgen (het
duurde maanden voor iemand het verschil zag). In deze geest liet Von
Bonin zich al eens interviewen door de beroemde, luid snaterende
stripeend Daffy Duck, die sowieso regelmatig in haar oeuvre opduikt –
alsof Von Bonin wil benadrukken dat je haar werk niet al te serieus moet
nemen, en de auteursvraag al helemaal niet.
Precies deze ongrijpbaarheid, de poging tussen zoveel mogelijk
artistieke mazen door te glippen geldt voor al Von Bonins werk. Maar als
toeschouwer moet je wel even doorbijten om dat te beseffen. Von Bonin
is namelijk zo’n kunstenaar die er van alles aan doet om haar publiek
tegen de haren in de strijken – niet nadrukkelijk of provocerend, maar
zachtjes en knerpend. Dat doet ze vooral door met feilloze precisie de
randen van de ‘goede smaak’ op te zoeken. Zo zit haar werk vol met
(knuffel)beesten variërend van oesters (met enorme ogen) tot octopussen,
ratten en honden, heel veel honden die doelloos rondhangen of sullig en
ongeïnspireerd voor zich staren, vaak met het woord ‘sloth’ (nietsnut)
op hun voeten. Ook heeft Von Bonin een opmerkelijke voorkeur voor
borduren en naaien en, niet te vergeten, voor figuren als Jacques Tati’s
Monsieur Hulot die zich aan al dan niet bewust aan de dwang, het ritme
van het leven weten te onttrekken. Hulot (die prominent opdook op Von
Bonins solo in Witte de With in 2010) is het archetype van de man die
niet met de maalstroom meedrijft, die geen carrière wil en lijkt te
leven van de wind – het type man dat de goedwillende, gezagsgetrouwe
burger tot waanzin en agressie drijft, juist omdat hij zich er niet eens
van bewust lijkt te zijn dat hij zich afkeert van de wereld. Daarmee is
de boodschap wel duidelijk: Von Bonin houdt van buitenstaanders. Wil er
misschien zelf wel een zijn. Maar daarmee beland je onmiddellijk in de
beroemde Kretenzer-paradox: moet je een Kretenzer geloven als hij zegt
dat hij altijd liegt? Zo werkt het mutatis mutandis ook voor Von Bonin:
moet je een kunstenaar geloven die zegt dat hij geen kunst maakt?
Deze paradox lijkt de kern van Von Bonins oeuvre en is ook precies de
reden waarom haar beeld op het Hofplein zo goed werkt. Zelfs als je Von
Bonins werk niet kent zie je meteen dat hier iets opmerkelijks gebeurt:
je ziet een beeld van Pinocchio (die wel vaker terugkeert in Von Bonins
oeuvre), die er alles aan lijkt te doen om zijn eigen bestaan te
ontkennen. Dat begint er al mee dat het beeld volledig groen is, net zo
groen als het gras waarop het staat. Tegelijk wil Pinocchio duidelijk
niets te maken hebben met alle hectiek om hem heen. Hij keert zich met
de rug naar het plein en hangt overtuigend de nietsnut uit, het jongetje
dat zich niets van de wereld hoeft aan te trekken. Maar tegelijk is
duidelijk dat hij daarin niet volledig slaagt: zijn neus is zo lang
geworden dat ie door de paddestoel aan de overkant priemt. Alsof Von
Bonin wil laten zien dat je je nooit aan het leven kunt onttrekken, dat
je nooit helemaal aan de paradox kunt ontkomen. Of toch wel? Want
ondertussen staat haar nietsnut daar wel, in het gras van het Hofplein,
de drukste stadskruising van Nederland, het leven te ontkennen. Alsof er
geen werk en carrières en tramopstoppingen bestaan. Alsof zelfs op die
plek nog wel degelijk de mogelijkheid bestaat de maalstroom te
ondermijnen. Dit alles duidt op niet minder dan een meesterzet: juist
door zichzelf en haar kunst te relativeren en voortdurend te ondergraven
weet Von Bonin tot in de diepste krochten van de samenleving door te
dringen. En haar afdruk achter te laten. Als toeschouwer hoef je het
beeld daarvoor alleen maar op te merken – wie The Idler’s Playground
ziet, is zonder dat ie het misschien beseft, al uit dat eeuwig
doorstampende ritme verdwenen.
Archief
The Idler’s Playground van Cosima von Bonin
PROGRAMMA
18.00-20.00 Opening tentoonstelling Cosima von Bonin in Witte de With, Center for Contemporary Art
20.00-20.15 Na de opening in Witte...
Nieuw essay: Hans den Hartog Jager over Cosima von Bonin's Idler's Playground
Haar belangrijkste doelstelling lijkt te zijn om zo ongrijpbaar mogelijk te blijven en daardoor zijn de harde feiten van haar leven moeilijk vast...
Idler's Playground van Cosima von Bonin
Idler's Playground maakt deel uit van het meerjarenprogramma van SIR voor de Coolsingel-as (2009-2012). Ter voorbereiding op de grootscheepse...



