Tor und Stele
Het Beeld
De Duitse kunstenaar Günther Förg is een duizendpoot. Hij
maakte naam met abstracte schilderijen, maar werkte ook als fotograaf,
beeldhouwer, graficus en interieurarchitect; hij ontwierp bijvoorbeeld
het plafond met de neonornamenten van het Kunsthalcafé
(Museumpark/Westzeedijk).
Förg heeft in het smalle straatje tussen het Hoofdbureau van Politie en
andere hoge gebouwen een groots gebaar gemaakt met ruw brons en glimmend
gepolijst zwart marmer. Een Tor (poort) in de openbare ruimte herinnert
aan de Arc de Triomphe en de Brandenburger Tor, en een stèle
(oorspronkelijk een Griekse grafzuil) hoort bij de klassieke stoffering
van grootstedelijke pleinen. De ouderwets aandoende lantarens in de
Doelstraat versterken het pleingevoel nog, ondanks de beperkte ruimte.
Het derde element van het werk zijn de bruingele tegelvlakken op de
grond, waarlangs de lantarens staan.
Helemaal passen doet het niet; in het tochtgat tussen de bebouwing kan
de poort alleen de hoogte ingaan – hij is zeker niet breed genoeg om
triomferende legers door te laten. Het is duidelijk: die tijd hebben we
gehad. De poort staat naast het politiebureau. Ook dat kun je ironisch
uitleggen: de rol van de staatsmacht is vergeleken met de tijd van
pleinen met triomfbogen sterk veranderd. (DvT)
Specificaties
| jaartal vervaardiging | 1994 |
| locatie sinds | 1994, Doelstraat, Centrumruit, Centrum |
| afmetingen beeld (hxbxl) in cm | 12 x 100 x 6 meter |
| materiaal | Natuursteen en brons |
Het Essay
Er zijn maar weinig media die Günther Förg gedurende zijn
kunstenaarsloopbaan links heeft laten liggen. Internationale bekendheid
kreeg hij vooral met zijn abstracte schilderijen, maar ook als
fotograaf, beeldhouwer en graficus heeft deze Duitse kunstenaar zich
verdienstelijk gemaakt. Sinds de vroege jaren zeventig werkt hij aan een
omvangrijk en gevarieerd oeuvre van schilderijen, foto's, sculpturen,
wandschilderingen, assemblages, mozaïeken en reliëfs (een neonreliëf van
Förg siert het plafond van het café van de Kunsthal in Rotterdam). Förg
herinterpreteert de abstract expressionistische doeken van Barnett
Newman en de minimalistische beelden van Donald Judd en Carl Andre. Zijn
werk gaat over begrippen als schaal en ruimtelijkheid. Als schilder zet
hij donkere kleurvlakken met grove kwaststreken op het doek, als
fotograaf blaast hij zijn afdrukken op tot soms wel enkele vierkante
meters. Een werk van Günther Förg is in de eerste plaats monumentaal.
Ook de twee site specific kunstwerken die Förg voor de openbare
ruimte van Rotterdam ontwierp, zijn allerminst bescheiden te noemen.
Het zijn beelden die imponeren door hun omvang en die een prominente
plek in het Rotterdamse stadsbeeld hebben ingenomen. In 1988 liet Förg
in het kader van de manifestatie Beelden in de Stad, in metrostation
Eendrachtsplein twee meterslange spiegelwanden aanbrengen. Het werk, in
de volksmond ook wel ‘De Dubbelspion’ genoemd, was bedoeld als
semi-permanent kunstwerk, dat eventueel na drie maanden kon worden
verwijderd. Maar omdat Förgs toevoeging aan de architectuur van het
station bij het publiek in de smaak viel, bleef het lange tijd bewaard.
Tot het Rotterdamse vervoersbedrijf RET in het najaar van 1999
plotseling besloot een van de spiegelwanden te vervangen door een
zogenaamde ‘Millenniumwand’, een muur van groene en witte tegeltjes met
daarop persoonlijke boodschappen en wensen van de Rotterdamse bevolking.
Daarmee was Förgs kunstwerk voor de helft gesloopt en dus waardeloos
geworden. Want juist aan het ruimtelijk effect van de verdubbeling
ontleenden Förgs spiegelwanden hun kracht. Passagiers die door de lange
gang richting de perrons liepen, zagen zichzelf tot in het oneindige
weerspiegeld. Zo leek het of de tunnel zich over een breedte van
honderden meters uitstrekte. Keek je in een van de spiegels, dan zag je
een weidse ruimte die deed denken aan een lage onmetelijk diepe hal, met
eindeloze rijen pilaren en identieke groepjes mensen die zich op steeds
dezelfde afstand van elkaar bewogen. De benauwende metrotunnel was door
Förgs eenvoudige ingreep veranderd in een monumentale, bijna klassiek
aandoende zuilenhal; een open ruimte waar het prettig toeven was.
De interactie tussen beschouwer en kunstwerk heeft altijd een
belangrijke rol gespeeld in het werk van Förg. Begin jaren tachtig
maakte hij zijn zogenaamde Alubilder, assemblages van platen aluminium
waarop de kunstenaar geschilderde lineaire patronen of portretfoto's had
aangebracht. Kijkend naar het spiegelende oppervlak zag de toeschouwer
zijn eigen beeltenis samenvallen met de afbeelding op het kunstwerk. Een
vergelijkbaar effect treedt op in de foto's die Förg gedurende de jaren
tachtig maakte van Italiaanse architectuur uit de tijd van het facisme.
De foto’s zijn achter spiegelend glas geplaatst, zodat de reflectie van
de omgeving zich mengt met de fotografische decors en een vervreemdende
gelaagdheid ontstaat.
Tor und Stele, het kunstwerk dat Günther Förg in mei 1994 naast de
ingang van het Hoofdbureau van Politie aan het Haagseveer realiseerde,
verwijst op een andere manier naar een historische omgeving. Het werk
bestaat uit drie delen: een bronzen sculptuur in de vorm van een obelisk
met een platte bovenkant, een rechthoekige poort uit zwarte, glad
gepolijste natuursteen en diverse rechthoekige vlakken van bruin-gele
tegels die in de bestrating zijn gelegd en waarlangs ouderwets aandoende
straatlantaarns zijn neergezet. De verschillende onderdelen zijn in het
verlengde van elkaar geplaatst, langs een denkbeeldige as door de
Doelstraat. De snelste weg van Haagseveer naar Coolsingel voert door de
poort, dwars over de tegelpatronen en tenslotte langs de bronzen
obelisk.
Net als de metrotunnel op station Eendrachtsplein is de Doelstraat een
onbestemde ruimte die alleen voor voetgangers toegankelijk is. Het is
een naargeestig stukje niemandsland, aan drie kanten begrensd door hoge
gebouwen. Deze ruimte is ontstaan nadat een gedeelte van het oude
politiebureau werd gesloopt. Door een ritmische geleding van verticale
elementen aan te brengen heeft Förg het corridor-achtige karakter van de
Doelstraat versterkt. Aan de ene kant van de corridor eindigt de blik
op de Delftse Poort van kunstenaar Cor Kraat die in 1995 op het
Haagseveer verrees. In tegenovergestelde richting fungeert de zwarte
poort - op een manier die herinnert aan Förgs architectuurfoto’s - als
een kader voor een deel van het neo-renaissancistische stadhuis. In de
vorm van de poort resoneert bovendien de rechthoekige arcade van het
politiebureau.
Förg liet zich voor zijn kunstwerk inspireren door klassieke
triomfbogen, stèles en obelisken. Stèles zijn grafzuilen uit de Griekse
oudheid die voorzien zijn van inscripties en reliëfs. Bij wijze van
inscriptie heeft Förg in zijn ‘stèle’ sporen van bewerking zichtbaar
gelaten in het oppervlak van het brons - een persoonlijk handschrift dat
contrasteert met de monumentale benadering van de ruimte. Förgs poort
en stèle zijn vertalingen van de oude triomfboog en obelisk. Maar meer
nog dan aan de allereerste toepassingen van dergelijke tekens in
respectievelijk de Romeinse en Egyptische tijd doen ze denken aan
stedebouwkundige monumenten uit de barok of de negentiende eeuw. De Arc
de Triomphe en de Obelisk op het Place de l’Etoile in Parijs zijn
voorbeelden van die vroegere, imperialistische symboliek in de stad. Ze
herinneren aan een stedenbouwkundige symbolische taal die definitief
achter ons ligt en die, zeker in Rotterdam, heeft plaatsgemaakt voor een
meer gefragmenteerde invulling van de openbare ruimte met relatief
bescheiden, individualistische beeldhouwwerken.
Förgs monumentale Tor und Stele in de Doelstraat verwijst naar vroeger
tijden maar vormt daarop, door de wat gedrongen situering in een
onbelangrijke ‘restruimte’, en zijn relatieve kleinschaligheid, ook een
parodie. Als geheel roept het werk iets van de monumentaliteit en
statige allure in herinnering, maar ook van de leegheid van de groots
opgezette pleinen waar het aan refereert.
Sandra Smallenburg
Hooff, J. van der, F. Kauffmann, L. Schröder, Politiekunst, Rotterdam
1994. / Exhib. cat. Günther Förg, The Hague (The Hague Municipal Museum)
1988. / Exhib. cat. Günther Förg, Amsterdam (Stedelijk Museum) 1995.
Archief
Nieuwe bestrating rondom Förg
Het 6 meter hoge beeld moest daarvoor wijken en werd als een veertje 'even' van de straat getild.


