Wilhelmina
Het Beeld
De beeldhouwster Charlotte van Pallandt was bevriend met de
toenmalige Koningin Juliana. Ze vervaardigde meerdere portretten van de
Nederlandse vorstinnen. Het standbeeld van Koningin Wilhelmina in Het
Park in Rotterdam werd in 1968 onthuld. Het is uitgevoerd in hardsteen,
een materiaal dat men goed vond passen bij de persoonlijkheid van
Wilhelmina.
Men wilde haar uitgebeeld zien in al haar eenvoud, als de
moeder des vaderlands, niet neerziend, maar opkijkend. Haar
onverzettelijkheid, moed, standvastigheid en vastberadenheid komen tot
uitdrukking in dit portret. Of, zoals Winston Churchill het verwoordde:
"There is but one man and that is Queen Wilhelmina".Het robuuste, driehoekige beeld typeert Wilhelmina, gekleed in haar
lange jas, met een brede bontstola om de hals en een hoed die bijna het
gehele gezicht omhult. Met de armen strak langs het lichaam maakt ze een
kordate indruk. De persoonlijkheid die Van Pallandt in het beeld heeft
willen vangen, spreekt meer uit de houding dan uit de gelaatstrekken.
Het gezicht is amper gedetailleerd en toch vond Juliana dat het beeld
precies op haar moeder leek.
Van Pallandt heeft voor het ontwerp foto's gebruikt die van Wilhelmina
zijn genomen toen zij in mei 1958 het oorlogsmonument van Mari
Andriessen in Rotterdam onthulde. Er gingen vele ontwerpen vooraf aan de
definitieve versie van het standbeeld. Het beeld was aanvankelijk
gedacht in brons en er werd een bronzen model van circa twintig
centimeter hoog vervaardigd. Toen dit model was vertaald in een gipsen
versie van een meter hoog, koos men op de valreep voor uitwerking in
steen. Het gipsen model is in Parijs mechanisch vergroot in steen tot
drie meter en daarna voorgehakt door een steenhouwer in Haarlem.
Vervolgens is het naar het atelier van Van Pallandt in Noordwijk
gebracht voor de definitieve afwerking.
Specificaties
| stroming | Realisme |
| materiaal |
De Plek
De Rotterdammers voelden zich al tijden sterk verbonden met
de in 1962 overleden Wilhelmina. Bij het eerste bezoek van koningin
Wilhelmina aan Rotterdam in 1891 werd de Wilhelminakade naar haar
vernoemd. Tijdens de oorlog was Wilhelmina vanuit Engeland een grote
morele steun voor het zwaar getroffen Rotterdam geweest. Het motto
´Sterker door strijd´, dat zij na de oorlog uitsprak, werd opgenomen in
het stadswapen van Rotterdam. In 1958 onthulde zij het monument van Mari
Andriessen ter nagedachtenis aan alle in de Tweede Wereldoorlog
gevallen Rotterdammers.
Op initiatief van mr. Van der Mandele (toenmalig voorzitter van de Kamer
van Koophandel) werd in 1965 een gelegenheidscomité opgericht om een
beeld van Wilhelmina aan de stad te schenken. Het geld voor het
standbeeld werd bijeengebracht tijdens een grootschalige collecte onder
burgerij en bedrijfsleven. Als locatie dacht men direct aan Het Park,
een plek aan de oever van de rivier de Maas met het uitzicht waar
Wilhelmina zo van hield.
Men wilde het beeld aanvankelijk op de verjaardag van Wilhelmina in 1967
onthullen, maar die datum werd niet gehaald. Het werd 4 mei 1968. De
onthulling werd verricht door koningin Juliana. Het was uiteraard de
bedoeling dat de kunstenares, die inmiddels negenenzestig jaar was, bij
de onthulling aanwezig zou zijn, maar zij brak kort tevoren haar heup en
moest verstek laten gaan. Tijdens de onthulling sprak de voorzitter van
het comité Standbeeld Koningin Wilhelmina, de heer van der Mandele: "We
kennen nog de dag dat zij in onze stad terugkwam, stram rechtopstaand
in haar open wagen, gewikkeld in haar haast armelijke oorlogskledij,
zij, de vorstin van het verzet. Dat moest vereeuwigd worden in harde
steen. De beeldhouwster heeft het zo begrepen en zo uitgevoerd, tot ons
aller grote voldoening."
Het Essay
Charlotte, barones van Pallandt werd in 1898 geboren in een
aristocratisch milieu. Hoewel zij zeer beschermd werd opgevoed mocht zij
wel schilderlessen gaan volgen bij Albert Roelofs, zoon van de bekende
schilder Willem Roelofs. In 1919 trouwde zij, maar na vier jaar vertrok
ze om in Lausanne een gedegen opleiding te gaan volgen bij de schilder
Arnold Loup. In 1926 ging ze naar Parijs, waarna ze zich definitief aan
de kunst wijdde. Ze ging in de leer bij Charles Malfray die haar
ontwikkeling als beeldhouwer sterk heeft gestimuleerd. Van Pallandt
wilde echter ook haar eigen inzichten volgen. Ze bezocht Zadkines atelier en merkte daar over op: "Al zijn leerlingen maakten kleine
Zadkines. Ik ben gewoon weggehold. Hij was razend." Malfray maakte haar
vertrouwd met ruimtelijke compositie, de menselijke anatomie, de
constructie en de verhoudingen van de verschillende lichaamsdelen ten
opzichte van elkaar en de werking van licht en schaduw. Met haar
realistische vormentaal sloot Van Pallandt in de jaren dertig aan bij de
neo-classicistische tendens die, als reactie op de nieuwe abstracte
kunstuitingen aan het begin van de twintigste eeuw, was ontstaan. Zij
streefde uiteindelijk naar een zo groot mogelijke vereenvoudiging van
haar beelden.
Van Pallandt maakte rond haar zestigste met name portretten van oudere,
door het leven getekende mensen. De bekendste zijn wel de kop van
koningin Juliana (1955) en het monument voor koningin Wilhelmina. In
deze portretten gaat het niet zozeer om de fysieke gelijkenis als wel om
Van Pallandts visie op de persoonlijkheid van beide vorstinnen. In 1964
nam de voorzitter van de Kamer van Koophandel K. van der Mandele het
initiatief tot de realisatie van een beeld van de in dat jaar overleden
koningin Wilhelmina. Het geld voor dit beeld werd door het bedrijfsleven
en de bevolking van Rotterdam bijeengebracht. Van Pallandt kreeg in
1966 de opdracht dit monument voor koningin Wilhelmina te maken. Het
comité dat de opdracht verstrekte verzocht haar Wilhelmina uit te
beelden als de koningin van het verzet. Men kende haar het best zoals
zij in maart 1945 uit Engeland terugkeerde naar het bevrijde Nederland:
wilskrachtig en onverzettelijk. Ook Van Pallandt associeerde Wilhelmina
met de oorlog en wilde haar afbeelden "zoals het volk haar kende. Zij is
een vorstin, trots, eenzaam. Zij was goed, maar niet gemakkelijk.
Moeder des vaderlands". Een foto in de krant - genomen bij de onthulling
van het verzetsmonument van Mari Andriessen in Rotterdam - inspireerde
Van Pallandt tot dit monumentale beeld van de vorstin: een piramidevorm,
stoer en sterk. Het ene uitstekende armpje geeft het beeld
tegelijkertijd iets vriendelijks mee. De enorme jas, die naar beneden
toe uitstaat en bijna tot aan de grond komt, de grote bontkraag en de
hoed waren voldoende voor de herkenbaarheid van de koningin; dit was
haar typische verschijningsvorm. Bijna tegelijkertijd maakte ook Mari
Andriessen een beeld van Wilhelmina voor het Wilhelminapark in Utrecht,
met de vorstin in dezelfde karakteristieke houding in eenzelfde grote
jas. Zijn Wilhelmina is echter van brons, gedetailleerder,
naturalistischer en iets kleiner van formaat.
Aanvankelijk was het gezicht in Van Pallandts beeld ongedetailleerd
weergegeven, maar in 1967 experimenteerde zij, op een speciaal
vervaardigd gipsmodel van ongeveer één meter groot, met wat duidelijker
gelaatstrekken. Toen koningin Juliana aanmerkingen had op de gelijkenis,
besloot Van Pallandt om de detaillering toch maar weg te laten. Zo kon
het gezicht rondom ook meer licht vangen. Het aanvankelijke plan om het
beeld in brons te laten gieten, verdween naarmate het beeld vorderde.
Uiteindelijk werd het gehakt in hardsteen, om de massieve
monumentaliteit en het idee van onverzettelijkheid ervan nog eens extra
te benadrukken.
Bij een steenhouwerij in Haarlem werden twee enorme brokken steen
voorgekapt naar een gipsmodel op ware grootte. Daarna verhuisde het
hardstenen beeld naar Van Pallandts atelier in Noordwijk, waar zij het
voltooide. Over de hele oppervlakte is de steen ruw gelaten, wat de
indruk van fierheid en onaantastbaarheid versterkt.
Van dit monument, dat in 1968 werd onthuld, zijn inmiddels diverse
exemplaren gemaakt. Volgens Charlotte van Pallandt, die normaliter geen
grote oplagen van haar beeldhouwwerk toestond, mocht er voor een beeld
van de koningin geen beperking zijn. De eerste schets voor het
Rotterdamse monument - 17 cm hoog - is in tienvoud in brons gegoten.
Daarnaast is er een beeldje van 53 cm hoog, waarvan zes exemplaren
bestaan. In de Tweede Kamer staat een bronzen exemplaar van ruim een
meter hoog. In de jaren tachtig zijn er twee grote afgietsels in brons
gemaakt van het Rotterdamse monument. Eén ervan behoort tot de collectie
van de Hannema de Stuers Fundatie, waar zich eveneens het eerder
genoemde gipsen model op ware grootte bevindt. Het tweede grote bronzen
exemplaar staat sinds 1987 in de Paleisstraat in Den Haag, tegenover
Paleis Noordeinde. Sinds 1984 waren er plannen voor een monument voor
Wilhelmina in Den Haag, en na jarenlang touwtrekken over de aard en vorm
hiervan, koos men uiteindelijk - als een niet bijster origineel
compromis - dit beeld van Van Pallandt. Zo kreeg Den Haag haar eigen
'iron lady'.
Aukje Vergeest
Bronnen
*RKD Den Haag, afdeling Persdocumentatie, diverse mappen met knipsels
over de plaatsing van het monument en diverse tentoonstellingen;
afdeling Twintigste Eeuw, archief Charlotte van Pallandt
*L. Tegenbosch, Charlotte van Pallandt. Beelden en tekeningen, Katwijk aan Zee 1978
*L. Tegenbosch & M. Koekkoek, Charlotte van Pallandt. Beelden en Tekeningen, Zwolle 1994
*Tentoonstellingscatalogus Wilhelmina monumentaal. Impressie van de gang
van zaken rond twee monumenten, Heino (Hannema de Stuers Fundatie) 1987
*Tentoonstellingscatalogus Charlotte van Pallandt. Gipsen en schetsen, Heino (Hannema de Stuers Fundatie) 2001
Archief
Op 4 mei 1968 heeft koningin Juliana een standbeeld van haar moeder onthuld. Winston Churchill zei destijds over Wilhelmina: "There is but one man, and that is Queen Wilhelmina."
Het is vervaardigd door de beeldhouwster Charlotte baronesse van Pallandt in opdracht van het comité voor de totstandkoming van een standbeeld voor...



