Zonder Titel
Het Beeld
De ruimtelijke constructie die sinds 1957 de nieuwbouw van
warenhuis De Bijenkorf aan de Coolsingel flankeert, was volgens Gabo
een 'ideologische bijdrage tot het constructivisme'. Dat heeft vooral te
maken met de bereikte integratie van architecturale en sculpturale
benaderingen, met de transparantie van de omschreven ruimte en met de
indruk van gewichtloosheid in een sculptuur van dit formaat en gewicht –
het ding weegt circa 40.000 kilo.
Het werk dateert uit een periode waarin Gabo's vroege, strengere
geometrisch-abstracte constructies reeds plaats hadden gemaakt voor
vrijere constructies in een meer organische vormentaal. In een
toelichting op het beeld aan de kunsthistoricus Herbert Read melde Gabo
dat de organische structuur in de plantenwereld hem de inspiratie bood
voor de structuur van het beeld. [Herbert Read, Gabo, Rotterdam
1958, z.p.]. De geleidelijke verandering van richting die in de
elementen is toegepast, zorgt voor de suggestie van beweging.
Gabo zag de fundering van het beeld als wortels, die ervoor zorgen dat
het bovengrondse stevig verankerd wordt. De twee blokken beton, bekleed
met zwart marmer, vormen het equivalent van een stam. Hieruit groeien
acht metalen takken, die elkaar bovenin raken. De donkere, fijnere kern
staat voor het bladerdek.
Het beeld neemt, geheel conform de grondprincipes van het
constructivisme, met een minimum aan massa een maximum aan ruimte in.
Specificaties
| bijnamen | Gestileerde bloem, het ding, treinongeluk |
| jaartal vervaardiging | 1957 |
| locatie sinds | 1957, Coolsingel, Centrumruit, Centrum |
| stroming | Constructivisme |
| afmetingen beeld (hxbxl) in cm | 2600 x 450 x 540 |
| materiaal | Object: Staalprofiel, buis en draadgaas |
De Plek
Het initiatief om een monumentaal beeld van Naum Gabo in de
openbare ruimte van Rotterdam te plaatsen werd in 1953 genomen door de
directeur van De Bijenkorf, de heer G. van der Wal. Hij was een
kunstliefhebber met een progressieve smaak. Hij had later zitting in de
adviescommissie van het Fonds Stadsverfraaiing.
De Bijenkorf wilde een nieuw gebouw, ter vervanging van het oude
warenhuis aan de Blaak dat gedeeltelijk gebombardeerd was in de oorlog.
Architect Marcel Breuer werd uitgenodigd om aan de Coolsingel een nieuw
pand te ontwerpen, dat paste in het Basisplan van de wederopbouw. Op die
plek aan de Coolsingel was in het stedebouwkundig plan een uitspringend
element in de gevel voorgeschreven, als tegenhanger van de
Beurspleintrappen. Er moest dus een uitbouw komen aan het gebouw. Breuer
weigerde echter een dergelijke uitstulping aan zijn vierkante gebouw
aan te brengen, waarna in samenspraak met opdrachtgever, architect en de
gemeente Rotterdam een oplossing werd gevonden: een permanente,
monumentale sculptuur zou de rol van het gewenste stedenbouwkundige
accent invullen.
Naum Gabo zei in 1956: "De opdracht betekende voor mij zowel een
uitdaging als een niet te versmaden kans. Een uitdaging, omdat de
plaatsing van een plastiek van dergelijke afmetingen in het prille
stadium waarin de beeldhouwkunst zich bevindt, nog zonder precedent is;
een uitdaging omdat hier de mogelijkheid geopend werd, het constructieve
element in de beeldhouwkunst volledig praktisch toe te passen in het
maatschappelijke leven. Het zou zijn waarde kunnen bewijzen en zo
bijdragen tot een hernieuwde introductie van de plastiek als integrerend
bestanddeel van de architectuur." [Uit: 'Metaalplastiek voor een
warenhuis in Rotterdam', Museumjournaal, oktober 1956, p.33].
Alle partijen waren tevreden met het resultaat. Ook ontwerper van het
Basisplan ingenieur Van Traa, die vooraf nogal wat tegenwerpingen had,
erkende later het belang van het beeld en de inpassing ervan in de stad.
Het Essay
Met de schenking in 1953 van Ossip Zadkine’s De verwoeste
stad bezorgde warenhuis de Bijenkorf Rotterdam een Nederlandse primeur:
een groot modern beeldhouwwerk in de stedelijke openbare ruimte. Vier
jaar later leverde de Bijenkorf opnieuw een belangrijke bijdrage.
Ditmaal realiseerde het warenhuis bij haar nieuwbouw aan de Coolsingel
een 26 meter hoge constructie van de Russische kunstenaar Naum Gabo. Het
is het grootste constructivistische kunstwerk dat ooit in de openbare
ruimte geplaatst is.
Met de installatie van het beeld had nieuwbouw van de Bijenkorf, een
schepping van de Duits-Amerikaanse architect Marcel Breuer, zijn
voltooiing bereikt. Door het bombardement van 1940 was de mogelijkheid
ontstaan de westelijke rooilijn van de Coolsingel terug te plaatsen,
waardoor de straat werd verbreed om beter aan de moderne verkeerseisen
te kunnen voldoen. Ir. C. Van Traa had een stedenbouwkundig plan
ontwikkeld dat voorzag in een reeks van voorbouwen, zodat de Coolsingel
een wisselende, ‘dubbele’ rooilijn zou krijgen. De architect van de
Bijenkorf had echter een rechthoekige doos ontworpen en meende dat het
effect van een voorbouw ook met een grote sculptuur kon worden bereikt.
Het beeld van Gabo kwam op de plaats waar de Commissie voor
Stadsontwikkeling en Wederopbouw, onder leiding van Van Traa, een
voorbouw van het warenhuis had geëist als stedenbouwkundig accent. Het
idee om de constructivist Gabo te vragen, was geopperd door Nelly van
Doesburg, die door Bijenkorf-directeur dr. G. van der Wal werd
geraadpleegd over kunstaankopen voor de Rotterdamse vestiging. Begin
juni 1954 bezocht Van der Wal de Russische emigré in Londen en nodigde
hem uit voor een kort bezoek aan Nederland, wat resulteerde in de
opdracht voor een gevelsculptuur van twintig bij twaalf meter met een
diepte van vier meter.
Drie maanden later arriveerde een model van Gabo’s eerste ontwerp in
Rotterdam: een organische constructie omgeven door vier driehoekige
lineaire vormen. Hoewel iedereen er enthousiast over was, keurden Van
Traa en zijn commissie het ontwerp toch af, omdat dit wandreliëf volgens
hen niet in staat was het gewenste volume te suggereren. Ze meenden dat
de voorbouw alleen met architecturale middelen tot stand kon worden
gebracht. Mede omdat de tijd was gaan dringen bij de wederopbouw van de
Coolsingel ging de Commissie, die haast wilde maken met oplevering van
de Bijenkorf, in november 1954 akkoord met een vrijstaande sculptuur als
invulling van het ritme van de rooilijn.
Gabo was verheugd over de nieuwe opdracht, die hij uitermate lastig vond
maar tegelijkertijd ook de grootste uitdaging in zijn carrière. Tijdens
zijn werkzaamheden voerden hij en Van der Wal een correspondentie,
waarbij de kunstenaar nauwkeurig verslag deed van zijn vorderingen.
Aanvankelijk ontwierp Gabo een torenconstructie met een soort kraag die
met een boog op de grond steunde. Toen hij zich ervan had verzekerd dat
de toren geen extra ondersteuning nodig zou hebben, liet hij de kraag
weg uit het definitieve model. De hoofdvorm van dit ontwerp was een
variant op zijn niet-uitgevoerde ontwerp voor het Monument to The
Unknown Political Prisoner uit 1952. In oktober 1955 verscheepte Gabo
dit model naar Nederland. De Bijenkorf-directie keurde het onmiddellijk
goed en in december volgde ook de goedkeuring van de gemeente.
In januari 1956 beschreef Gabo aan de Britse kunsthistoricus Herbert
Read hoe hij tot zijn (titelloze) Bijenkorf-beeld was gekomen: ‘De
organische structuur in de plantenwereld bood mij de oplossing voor het
nieuwe concept dat ik nodig had. Ik had het gevoel dat ik vooral daar
naar een oplossing moest zoeken voor mijn probleem met de structuur.
Toen dit principe mij eenmaal duidelijk was, kwam de hele vorm van de
sculptuur er op een vanzelfsprekende manier uit voort. Ik heb het beeld
opgevat als een boom, de stam, de wortels en de takken…’
Het ontwerp -een elegante toren bestaande uit vier dubbele ribben die
over de beeldhoogte 90 graden draaien en bovenin versmelten, met erin
een webachtige constructie- moest worden uitgevoerd in (roestvrij) staal
en brons en kreeg een sokkel van beton, bekleed met zwart marmer. N.V.
Hollandia in Krimpen aan de IJssel kreeg de opdracht om het beeld te
vervaardigen. Maar eerst werd de constructie van het model getest op
bestendigheid door TNO in Delft en in de windtunnels van het Nationaal
Luchtvaart Laboratorium. Omdat Gabo hoogst wantrouwend was over de
uitvoering van het beeld voerde hij een maandenlange strijd met de
Bijenkorf over het recht op supervisie. Tijdens de fabricage kwam hij
regelmatig naar Nederland.
Over het honorarium van de kunstenaar was geen duidelijke afspraak
gemaakt. Al in een vroeg stadium had Van der Wal gezinspeeld op een
bescheiden bedrag voor het ontwerp, omdat de vervaardiging ervan bepaald
niet goedkoop zou zijn. Gabo zou betaald worden op basis van het aantal
uren dat hij aan het kunstwerk had besteed en hoewel hij daarmee
aanvankelijk had ingestemd, kwam hij hier later op terug. Hij had 15.000
dollar ontvangen voor het ontwerp van de gevelsculptuur en de twee
schaalmodellen en wilde minstens eenzelfde bedrag voor de oplevering van
het werk. Op aandringen van Sandberg, directeur van het Amsterdamse
Stedelijk Museum, nam hij uiteindelijk genoegen met het aangeboden
bedrag van 10.000 dollar. Het Bijenkorf-beeld werd daarop het
belangrijkste werk in het oeuvre van de kunstenaar.
Op 21 mei 1957 (de jaarlijkse Rotterdamse Opbouwdag), werd het beeld
onthuld door burgemeester Van Walsum. Gabo verkondigde dat het de
geestkracht en energie van de Nederlanders uitdrukte. In de volksmond
werd het beeld al snel ‘de boom’, ‘de bloem’ en vooral ‘het ding’
genoemd. Kennelijk werd dit hoogtepunt van constructivistische sculptuur
ook door de spreeuwen als een boom beschouwd. In groten getale streken
ze ’s winters op het beeld neer en zorgden voor een glibberige laag
uitwerpselen. Binnen een jaar stond ‘het ding’ in de steigers. Ter
gelegenheid van Gabo’s overzichtstentoonstelling in 1958 in Museum
Boymans-van Beuningen werd het schoongemaakt en tegelijk werden de
lassen van de ribben vernieuwd om inwendige corrosie tegen te gaan.
Voorjaar 1960 werd het beeld opnieuw in de steigers gezet voor grondige
herstel- en schoonmaakwerkzaamheden. Bij die gelegenheid vatte het
dekzeil rond de steigers vlam en stond het beeld tien minuten in brand.
Het herstel bleek de productiekosten ver te gaan overtreffen. Na lang
aarzelen besloot de Bijenkorf het beeld toch te restaureren. Een van de
overwegingen daarbij was dat het beeld in binnen- en buitenland grote
bekendheid had gekregen. De Bijenkorf-constructie wordt door alle
belangrijke critici en in alle standaardwerken over moderne kunst
besproken, en gezien als een hoogtepunt in het oeuvre van Gabo. Door
jarenlange verwaarlozing is het beeld tegenwoordig echter in slechte
staat. Bovendien is de oorspronkelijk werking van het beeld verloren
gegaan door ingrijpende veranderingen in de stedelijke situatie.
Els Brinkman
Bronnen/Literatuur
- Gemeentearchief Amsterdam, KBB-archief
- Steven A. Nash, Jörn Merkert (Hrsg.), Naum Gabo. Sechzig Jahre Konstruktivismus, München 1986
- Martin Hammer, Christina Lodder, Constructing Modernity. The Art & Career of Naum Gabo, New Haven/Londen 2000
Archief
Na drie maanden in de steigers te hebben gestaan is het 26 meter hoge beeld van Naum Gabo bij de Bijenkorf in volle glorie hersteld.
Het beeld kreeg een nieuwe beschermlaag en de veren werden hersteld of vervangen. De naamloze plastiek heeft al eerdere veranderingen ondergaan. In...
Op 11 mei 1960, tijdens de lunchpauze, is bij het lassen van het beeld de vlam in de koker geslagen, die nu als schoorsteen fungeert.
Het drie jaar oude beeld onderging een restauratie vanwege corrosie aan de binnenkant. Gascilinders ontploften en gierden over de zonnige Coolsingel....
Na de dramatische brand van 11 mei 1960 is na 16 maanden restauratie het beeld weer te zien.
Vlak voor de heronthulling heeft Gabo een bezoek gebracht aan Rotterdam. Hij toonde zich tevreden over de prestaties van de restaurateurs. In een...
Ruim veertig jaar geleden schonk het winkelconcern het beroemde Zadkine-beeld 'De Verwoeste Stad' aan de gemeente. In vervolg daarop heeft De Bijenkorf het Gabo-sculptuur aan de stad ten geschenke aangeboden.
Rotterdam heeft beleefd laten weten van dat cadeautje af te willen zien. Een van de redenen was dat de stad dan geheel voor het jaarlijkse onderhoud...
De controverse
Dees Linders en Moosje Goosen over de Naum Gabo controverse
Een uitleg over de controverse rondom het titelloze beeld van Naum Gabo aan de...
Nationaal gastarbeidermonument - ontwerp 2010
Hans van Houwelingen en Mohammed Benzakour
Voorwoord
In 2007 nam de Turkse Sociaaldemocratische Federatie, met afvaardiging in de gemeenteraad...
RESTAURATIE van Het Ding, ofwel de Gabo van De Bijenkorf
De Internationale Beelden Collectie en Instituut Collectie Nederland zijn al geruime tijd in gesprek met voorheen de oude (De Bijenkorf) en nu de...
Vriend van Gabo worden?
Sculpture International Rotterdam zoekt vrienden voor de Naum Gabo
De 26 meter hoge constructivistische sculptuur van Naum Gabo (1890-1977)...


