Zonder Titel

Coolsingel - fotografie: Jannes Linders 2011

Het Beeld

Het werk dateert uit een periode waarin Gabo's vroege, strengere geometrisch-abstracte constructies reeds plaats hadden gemaakt voor vrijere constructies in een meer organische vormentaal. In een toelichting op het beeld aan de kunsthistoricus Herbert Read melde Gabo dat de organische structuur in de plantenwereld hem de inspiratie bood voor de structuur van het beeld. [Herbert Read, Gabo, Rotterdam 1958, z.p.]. De geleidelijke verandering van richting die in de elementen is toegepast, zorgt voor de suggestie van beweging.

Gabo zag de fundering van het beeld als wortels, die ervoor zorgen dat het bovengrondse stevig verankerd wordt. De twee blokken beton, bekleed met zwart marmer, vormen het equivalent van een stam. Hieruit groeien acht metalen takken, die elkaar bovenin raken. De donkere, fijnere kern staat voor het bladerdek.

Het beeld neemt, geheel conform de grondprincipes van het constructivisme, met een minimum aan massa een maximum aan ruimte in.

Specificaties

bijnamen Gestileerde bloem, het ding, treinongeluk
jaartal vervaardiging 1957
locatie sinds 1957, Coolsingel, Centrumruit, Centrum
stroming Constructivisme
afmetingen beeld (hxbxl) in cm 2600 x 450 x 540
materiaal Object: Staalprofiel, buis en draadgaas

De Plek

De Bijenkorf wilde een nieuw gebouw, ter vervanging van het oude warenhuis aan de Blaak dat gedeeltelijk gebombardeerd was in de oorlog. Architect Marcel Breuer werd uitgenodigd om aan de Coolsingel een nieuw pand te ontwerpen, dat paste in het Basisplan van de wederopbouw. Op die plek aan de Coolsingel was in het stedebouwkundig plan een uitspringend element in de gevel voorgeschreven, als tegenhanger van de Beurspleintrappen. Er moest dus een uitbouw komen aan het gebouw. Breuer weigerde echter een dergelijke uitstulping aan zijn vierkante gebouw aan te brengen, waarna in samenspraak met opdrachtgever, architect en de gemeente Rotterdam een oplossing werd gevonden: een permanente, monumentale sculptuur zou de rol van het gewenste stedenbouwkundige accent invullen.

Naum Gabo zei in 1956: "De opdracht betekende voor mij zowel een uitdaging als een niet te versmaden kans. Een uitdaging, omdat de plaatsing van een plastiek van dergelijke afmetingen in het prille stadium waarin de beeldhouwkunst zich bevindt, nog zonder precedent is; een uitdaging omdat hier de mogelijkheid geopend werd, het constructieve element in de beeldhouwkunst volledig praktisch toe te passen in het maatschappelijke leven. Het zou zijn waarde kunnen bewijzen en zo bijdragen tot een hernieuwde introductie van de plastiek als integrerend bestanddeel van de architectuur." [Uit: 'Metaalplastiek voor een warenhuis in Rotterdam', Museumjournaal, oktober 1956, p.33].

Alle partijen waren tevreden met het resultaat. Ook ontwerper van het Basisplan ingenieur Van Traa, die vooraf nogal wat tegenwerpingen had, erkende later het belang van het beeld en de inpassing ervan in de stad.

Het Essay

Met de installatie van het beeld had nieuwbouw van de Bijenkorf, een schepping van de Duits-Amerikaanse architect Marcel Breuer, zijn voltooiing bereikt. Door het bombardement van 1940 was de mogelijkheid ontstaan de westelijke rooilijn van de Coolsingel terug te plaatsen, waardoor de straat werd verbreed om beter aan de moderne verkeerseisen te kunnen voldoen. Ir. C. Van Traa had een stedenbouwkundig plan ontwikkeld dat voorzag in een reeks van voorbouwen, zodat de Coolsingel een wisselende, ‘dubbele’ rooilijn zou krijgen. De architect van de Bijenkorf had echter een rechthoekige doos ontworpen en meende dat het effect van een voorbouw ook met een grote sculptuur kon worden bereikt. Het beeld van Gabo kwam op de plaats waar de Commissie voor Stadsontwikkeling en Wederopbouw, onder leiding van Van Traa, een voorbouw van het warenhuis had geëist als stedenbouwkundig accent. Het idee om de constructivist Gabo te vragen, was geopperd door Nelly van Doesburg, die door Bijenkorf-directeur dr. G. van der Wal werd geraadpleegd over kunstaankopen voor de Rotterdamse vestiging. Begin juni 1954 bezocht Van der Wal de Russische emigré in Londen en nodigde hem uit voor een kort bezoek aan Nederland, wat resulteerde in de opdracht voor een gevelsculptuur van twintig bij twaalf meter met een diepte van vier meter.
Drie maanden later arriveerde een model van Gabo’s eerste ontwerp in Rotterdam: een organische constructie omgeven door vier driehoekige lineaire vormen. Hoewel iedereen er enthousiast over was, keurden Van Traa en zijn commissie het ontwerp toch af, omdat dit wandreliëf volgens hen niet in staat was het gewenste volume te suggereren. Ze meenden dat de voorbouw alleen met architecturale middelen tot stand kon worden gebracht. Mede omdat de tijd was gaan dringen bij de wederopbouw van de Coolsingel ging de Commissie, die haast wilde maken met oplevering van de Bijenkorf, in november 1954 akkoord met een vrijstaande sculptuur als invulling van het ritme van de rooilijn.
Gabo was verheugd over de nieuwe opdracht, die hij uitermate lastig vond maar tegelijkertijd ook de grootste uitdaging in zijn carrière. Tijdens zijn werkzaamheden voerden hij en Van der Wal een correspondentie, waarbij de kunstenaar nauwkeurig verslag deed van zijn vorderingen. Aanvankelijk ontwierp Gabo een torenconstructie met een soort kraag die met een boog op de grond steunde. Toen hij zich ervan had verzekerd dat de toren geen extra ondersteuning nodig zou hebben, liet hij de kraag weg uit het definitieve model. De hoofdvorm van dit ontwerp was een variant op zijn niet-uitgevoerde ontwerp voor het Monument to The Unknown Political Prisoner uit 1952. In oktober 1955 verscheepte Gabo dit model naar Nederland. De Bijenkorf-directie keurde het onmiddellijk goed en in december volgde ook de goedkeuring van de gemeente.

In januari 1956 beschreef Gabo aan de Britse kunsthistoricus Herbert Read hoe hij tot zijn (titelloze) Bijenkorf-beeld was gekomen: ‘De organische structuur in de plantenwereld bood mij de oplossing voor het nieuwe concept dat ik nodig had. Ik had het gevoel dat ik vooral daar naar een oplossing moest zoeken voor mijn probleem met de structuur. Toen dit principe mij eenmaal duidelijk was, kwam de hele vorm van de sculptuur er op een vanzelfsprekende manier uit voort. Ik heb het beeld opgevat als een boom, de stam, de wortels en de takken…’

Het ontwerp -een elegante toren bestaande uit vier dubbele ribben die over de beeldhoogte 90 graden draaien en bovenin versmelten, met erin een webachtige constructie- moest worden uitgevoerd in (roestvrij) staal en brons en kreeg een sokkel van beton, bekleed met zwart marmer. N.V. Hollandia in Krimpen aan de IJssel kreeg de opdracht om het beeld te vervaardigen. Maar eerst werd de constructie van het model getest op bestendigheid door TNO in Delft en in de windtunnels van het Nationaal Luchtvaart Laboratorium. Omdat Gabo hoogst wantrouwend was over de uitvoering van het beeld voerde hij een maandenlange strijd met de Bijenkorf over het recht op supervisie. Tijdens de fabricage kwam hij regelmatig naar Nederland.
Over het honorarium van de kunstenaar was geen duidelijke afspraak gemaakt. Al in een vroeg stadium had Van der Wal gezinspeeld op een bescheiden bedrag voor het ontwerp, omdat de vervaardiging ervan bepaald niet goedkoop zou zijn. Gabo zou betaald worden op basis van het aantal uren dat hij aan het kunstwerk had besteed en hoewel hij daarmee aanvankelijk had ingestemd, kwam hij hier later op terug. Hij had 15.000 dollar ontvangen voor het ontwerp van de gevelsculptuur en de twee schaalmodellen en wilde minstens eenzelfde bedrag voor de oplevering van het werk. Op aandringen van Sandberg, directeur van het Amsterdamse Stedelijk Museum, nam hij uiteindelijk genoegen met het aangeboden bedrag van 10.000 dollar. Het Bijenkorf-beeld werd daarop het belangrijkste werk in het oeuvre van de kunstenaar.
Op 21 mei 1957 (de jaarlijkse Rotterdamse Opbouwdag), werd het beeld onthuld door burgemeester Van Walsum. Gabo verkondigde dat het de geestkracht en energie van de Nederlanders uitdrukte. In de volksmond werd het beeld al snel ‘de boom’, ‘de bloem’ en vooral ‘het ding’ genoemd. Kennelijk werd dit hoogtepunt van constructivistische sculptuur ook door de spreeuwen als een boom beschouwd. In groten getale streken ze ’s winters op het beeld neer en zorgden voor een glibberige laag uitwerpselen. Binnen een jaar stond ‘het ding’ in de steigers. Ter gelegenheid van Gabo’s overzichtstentoonstelling in 1958 in Museum Boymans-van Beuningen werd het schoongemaakt en tegelijk werden de lassen van de ribben vernieuwd om inwendige corrosie tegen te gaan. Voorjaar 1960 werd het beeld opnieuw in de steigers gezet voor grondige herstel- en schoonmaakwerkzaamheden. Bij die gelegenheid vatte het dekzeil rond de steigers vlam en stond het beeld tien minuten in brand. Het herstel bleek de productiekosten ver te gaan overtreffen. Na lang aarzelen besloot de Bijenkorf het beeld toch te restaureren. Een van de overwegingen daarbij was dat het beeld in binnen- en buitenland grote bekendheid had gekregen. De Bijenkorf-constructie wordt door alle belangrijke critici en in alle standaardwerken over moderne kunst besproken, en gezien als een hoogtepunt in het oeuvre van Gabo. Door jarenlange verwaarlozing is het beeld tegenwoordig echter in slechte staat. Bovendien is de oorspronkelijk werking van het beeld verloren gegaan door ingrijpende veranderingen in de stedelijke situatie.

Els Brinkman

Bronnen/Literatuur
- Gemeentearchief Amsterdam, KBB-archief
- Steven A. Nash, Jörn Merkert (Hrsg.), Naum Gabo. Sechzig Jahre Konstruktivismus, München 1986
- Martin Hammer, Christina Lodder, Constructing Modernity. The Art & Career of Naum Gabo, New Haven/Londen 2000

Archief

Na drie maanden in de steigers te hebben gestaan is het 26 meter hoge beeld van Naum Gabo bij de Bijenkorf in volle glorie hersteld.

Het beeld kreeg een nieuwe beschermlaag en de veren werden hersteld of vervangen. De naamloze plastiek heeft al eerdere veranderingen ondergaan. In...

Op 11 mei 1960, tijdens de lunchpauze, is bij het lassen van het beeld de vlam in de koker geslagen, die nu als schoorsteen fungeert.

Het drie jaar oude beeld onderging een restauratie vanwege corrosie aan de binnenkant. Gascilinders ontploften en gierden over de zonnige Coolsingel....

Na de dramatische brand van 11 mei 1960 is na 16 maanden restauratie het beeld weer te zien.

Vlak voor de heronthulling heeft Gabo een bezoek gebracht aan Rotterdam. Hij toonde zich tevreden over de prestaties van de restaurateurs. In een...

Ruim veertig jaar geleden schonk het winkelconcern het beroemde Zadkine-beeld 'De Verwoeste Stad' aan de gemeente. In vervolg daarop heeft De Bijenkorf het Gabo-sculptuur aan de stad ten geschenke aangeboden.

Rotterdam heeft beleefd laten weten van dat cadeautje af te willen zien. Een van de redenen was dat de stad dan geheel voor het jaarlijkse onderhoud...

De controverse

Dees Linders en Moosje Goosen over de Naum Gabo controverse

Een uitleg over de controverse rondom het titelloze beeld van Naum Gabo aan de...

Nationaal gastarbeidermonument - ontwerp 2010

Hans van Houwelingen en Mohammed Benzakour

Voorwoord
In 2007 nam de Turkse Sociaaldemocratische Federatie, met afvaardiging in de gemeenteraad...

RESTAURATIE van Het Ding, ofwel de Gabo van De Bijenkorf

De Internationale Beelden Collectie en Instituut Collectie Nederland zijn al geruime tijd in gesprek met voorheen de oude (De Bijenkorf) en nu de...

© Ruther Morelissen

Vriend van Gabo worden?


Sculpture International Rotterdam zoekt vrienden voor de Naum Gabo

De 26 meter hoge constructivistische sculptuur van Naum Gabo (1890-1977)...