Zonder Titel

De Plek

Het initiatief om een monumentaal beeld van Naum Gabo in de openbare ruimte van Rotterdam te plaatsen werd in 1953 genomen door de directeur van De Bijenkorf, de heer G. van der Wal. Hij was een kunstliefhebber met een progressieve smaak. Hij had later zitting in de adviescommissie van het Fonds Stadsverfraaiing.

De Bijenkorf wilde een nieuw gebouw, ter vervanging van het oude warenhuis aan de Blaak dat gedeeltelijk gebombardeerd was in de oorlog. Architect Marcel Breuer werd uitgenodigd om aan de Coolsingel een nieuw pand te ontwerpen, dat paste in het Basisplan van de wederopbouw. Op die plek aan de Coolsingel was in het stedebouwkundig plan een uitspringend element in de gevel voorgeschreven, als tegenhanger van de Beurspleintrappen. Er moest dus een uitbouw komen aan het gebouw. Breuer weigerde echter een dergelijke uitstulping aan zijn vierkante gebouw aan te brengen, waarna in samenspraak met opdrachtgever, architect en de gemeente Rotterdam een oplossing werd gevonden: een permanente, monumentale sculptuur zou de rol van het gewenste stedenbouwkundige accent invullen.

Naum Gabo zei in 1956: "De opdracht betekende voor mij zowel een uitdaging als een niet te versmaden kans. Een uitdaging, omdat de plaatsing van een plastiek van dergelijke afmetingen in het prille stadium waarin de beeldhouwkunst zich bevindt, nog zonder precedent is; een uitdaging omdat hier de mogelijkheid geopend werd, het constructieve element in de beeldhouwkunst volledig praktisch toe te passen in het maatschappelijke leven. Het zou zijn waarde kunnen bewijzen en zo bijdragen tot een hernieuwde introductie van de plastiek als integrerend bestanddeel van de architectuur." [Uit: 'Metaalplastiek voor een warenhuis in Rotterdam', Museumjournaal, oktober 1956, p.33].

Alle partijen waren tevreden met het resultaat. Ook ontwerper van het Basisplan ingenieur Van Traa, die vooraf nogal wat tegenwerpingen had, erkende later het belang van het beeld en de inpassing ervan in de stad.