Liggende Figuur
Het Beeld
Het beeld Liggende figuur van Fritz Wotruba werd in 1971 aangekocht uit het atelier van de kunstenaar en is één van de grotere objecten uit zijn oeuvre. Het is in 1969 vervaardigd en kan gezien worden als onderdeel van een reeks liggende figuren die hij vanaf circa 1960 uitvoerde in steen en brons. Net als de andere liggende figuren bestaat ook deze versie uit elementaire vormen.
De figuur is samengesteld uit geometrische volumes, die onder verschillende hoeken op elkaar gestapeld zijn. In deze blok- en cilindervormige elementen herkennen we segmenten van lichaamsdelen. Het lijkt alsof het beeld is samengesteld uit losse onderdelen. In werkelijkheid is het kalkstenen beeld echter uit één stuk gehakt. Kalksteen was het favoriete materiaal van Wotruba. Hij wilde materiaal en werkwijze zichtbaar en herkenbaar houden voor de beschouwer: de sporen in het oppervlak die waren ontstaan door bewerking met beitel, tandijzer of diamantzaag liet hij vaak staan.
Door de langgerektheid van de figuur komt de nadruk te liggen op de lange zijden, die de indruk wekken het vooraanzicht te vormen. De kopse kanten van het beeld lijken minder belangrijk. Door deze opbouw krijgt het beeld een landschappelijk aanzien, iets wat gemakkelijk te rijmen valt met de volgende uitspraak van Wotruba: "Ik droom van een sculptuur, waarin landschap, architectuur en stad tot een eenheid worden! Het kan een stad zijn als Marseille, een van hitte laaiende stad, die plotseling van gedaante verwisselt, ze wordt een immens beeldhouwwerk, een reusachtige figuur, opgebouwd uit witte blokken en geleed door vlakke, horizontale terrassen, neergevleid in een kaal en roerloos landschap..."
Specificaties
| jaartal vervaardiging | 1969 |
| locatie sinds | 2000, Westersingel, Culturele as, Centrum |
| afmetingen beeld (hxbxl) in cm | 145 x 310 x 104 |
| materiaal | Kalksteen |
De Plek
Het beeld Liggende figuur van Fritz Wotruba, dat in 1971 in bezit kwam van de gemeente Rotterdam, was een schenking. Tot verwerving van een sculptuur van Wotruba was besloten nadat er van 23 maart tot 5 mei 1968 een overzichtstentoonstelling van sculpturen van hem in Museum Boijmans Van Beuningen te zien was.
De Commissie Stadsverfraaiing was zeer gecharmeerd van het concept van
de liggende figuur, dat Wotruba rond 1960 ontwikkelde en in
verschillende versies op de overzichtstentoonstelling in Museum Boijmans
van Beuningen liet zien. Er was al geld vrijgemaakt voor de aankoop van
een laatste versie die Wotruba in 1969 maakte, maar een handelsbedrijf
bood het beeld aan de gemeente aan. Dit was tot voor kort het enige
beeld dat aan de wandelkade van de Westersingel lag. Het kreeg er na de
aankoop in 1971 een plaats. Na een periode waarin het aanzien van de
kade te wensen overliet, werd in de aanloop naar Rotterdam Culturele
Hoofdstad 2001 besloten de wandelkade opnieuw in te richten en het
huidige beeldenterras te realiseren.
Het beeld van Wotruba onderging voor de herplaatsing een grondige
schoonmaakbeurt. Verkleuringen door organisch vuil werden verwijderd
door het beeld te stralen met een speciaal poeder, carborundum. Om de
duurzaamheid van het kwetsbare kalkstenen beeld te vergroten, werd de
wijze waarop het op de sokkel steunt aangepast. Kunststoffen blokjes
zijn onder de steen geplaatst, zodat vocht (als regen of condens) nooit
direct in de steen kan trekken. Ook onderging het een behandeling die de
poreuze steen beter bestand maakt tegen graffiti.
Het beeld van Wotruba onderging voor de herplaatsing een grondige schoonmaakbeurt. Verkleuringen door organisch vuil werden verwijderd door het beeld te stralen met een speciaal poeder, carborundum. Om de duurzaamheid van het kwetsbare kalkstenen beeld te vergroten, werd de wijze waarop het op de sokkel steunt aangepast. Kunststoffen blokjes zijn onder de steen geplaatst, zodat vocht (als regen of condens) nooit direct in de steen kan trekken. Ook onderging het een behandeling die de poreuze steen beter bestand maakt tegen graffiti.
Het Essay
"Ik droom van een sculptuur, waarin landschap, architectuur en stad tot
een eenheid worden! Het kan een stad zijn als Marseille, een van hitte
laaiende stad, die plotseling van gedaante verwisselt, ze wordt een
immens beeldhouwwerk, een reusachtige figuur, opgebouwd uit witte
blokken en gelederd door vlakke, horizontale terrassen, neergevleid in
een kaal en roerloos landschap…" Geen andere beeldhouwer die
vertegenwoordigd is in de Internationale Beeldencollectie Rotterdam
betrok zo nadrukkelijk de kenmerken van de stad op zijn werk als
Wotruba. Conform het beeld dat hij van Marseille beschreef, omstreeks
1969, is zijn grote kalkstenen sculptuur op het beeldenterras letterlijk
‘een reusachtige figuur, opgebouwd uit witte blokken, neergevleid in
het landschap’. Dat de menselijke figuur de aanleiding is geweest voor
het werk, lijkt bijzaak.
Toch is het onderwerp van Wotruba’s beelden altijd de mens, in staande,
lopende, zittende of liggende houding. Tot het einde van de jaren
veertig deden zijn beelden nog het meest denken aan archaïsche Griekse
figuursculptuur: statisch, enigszins disproportioneel, de gelaatstrekken
gestileerd, maar bijna klassiek in maatvoering. De serene sfeer van
deze beelden bleef behouden in zijn latere werk, ook al is dat veel
geabstraheerder en zonder uitzondering opgebouwd uit de geometrische
hoofdvormen kubus, rechthoek en cilinder. De rijke variatie binnen zijn
oeuvre ontstaat door kleine afwijkingen in de gehanteerde elementaire
vormentaal, en door de manier waarop de vormen scheef of gedraaid ten
opzichte van elkaar aaneen zijn gesmeed. Wotruba ontwikkelde deze
karakteristieke stijl na de Tweede Wereldoorlog toen hij met moderne
beeldhouwers als Zadkine en Laurens in contact was gekomen en met
voorvechters van de moderne kunst, onder wie verzamelaar Peggy
Guggenheim en directeur Willem Sandberg van het Stedelijk Museum
Amsterdam. Die eerde hem in 1962 met een grote overzichtsexpositie. Het
protoype voor de Rotterdamse Liggende figuur, een van de grotere werken
uit Wotruba’s oeuvre, ontwikkelde de Oostenrijkse beeldhouwer rond 1960.
Paradoxaal genoeg oogt dit type, door een overvloed van diagonale
lijnen, dynamischer en speelser dan zijn haast strenge, als Dorische
zuilen opgevatte staande of lopende figuren. Van deze laatste is onder
meer een bronzen exemplaar, Gehende uit 1952, in de binnenstad van
Utrecht te zien. Dit Utrechtse beeld werd in 1974 verworven.
In het voorjaar van 1968 had Museum Boymans-van Beuningen een
omvangrijke reizende overzichtstentoonstelling van het werk van Wotruba
in huis. Waarschijnlijk is dat de aanleiding geweest voor de Commissie
Stadsverfraaiing om de Oostenrijker te benaderen met de vraag of hij
voor Rotterdam een liggende figuur wilde hakken. In augustus van dat
jaar stelde Burgemeester en Wethouders daartoe de benodigde gelden
beschikbaar want ‘onder de kunstenaars, die tot de ontwikkeling van de
beeldhouwkunst van deze eeuw in belangrijke mate hebben bijgedragen,
neemt Wotruba een voorname plaats in’, aldus krantenberichten. Enkele
maanden later besloot de Thyssen-Bornemisza Group N.V., voorheen de in
Rotterdam gevestigde Bank voor Handel en Scheepvaart, naar aanleiding
van haar vijftigjarige jubileum het beeld aan de gemeente te schenken,
zodat de gereserveerde gelden (Euro 33.000,-) in de gemeentekas konden
blijven. Ook werd toen bekend dat het werk op de wandelkade aan de
Westersingel zou worden geplaatst. Op 25 januari 1971 werd het aldaar
onthuld door mevrouw Denise Thyssen-Bornemisza.
Wotruba had een grote voorliefde voor kalksteen als materiaal voor zijn
beelden. Dit paste het beste bij de kubusvormen die zijn werk domineren
en bij de ‘architectonische landschappen’ waarin de beelden vaak kwamen
te staan. "Steen is het enige ware materiaal van de beeldhouwer. Alle
andere, blik, ijzeren stangen, conservenblikken en spiraalveren zijn
slechts armzalige surrogaten", aldus Wotruba. De vormen werden door hem
grof uitgehakt en niet verder afgewerkt, zodat het materiaal zoveel
mogelijk voor zich sprak. Wotruba, die van 1945 tot aan zijn dood in
1975 beeldhouwkunst doceerde aan de kunstacademie van Wenen, heeft veel
meer ideeën en stellingen op schrift nagelaten. Zo had hij een
uitgesproken mening over kunst in de openbare ruimte. Deze mocht volgens
hem nooit ‘protserige opsmuk’ zijn voor kapitalistische bank- en
verzekeringsgebouwen, maar moest zo veel mogelijk in haar autonome
waarde worden gelaten. De situering van Liggende figuur in Rotterdam is
in dat opzicht voorbeeldig. Wotruba was al even compromisloos als hij
zich begaf op het terrein van andere disciplines. Zijn expressieve,
blokvormige massa’s kenmerken behalve de vele operadecors en -kostuums
van zijn hand, ook de kerk die hij ontwierp voor de Orde der
Karmelitessen op de Georgenberg in Wenen, onder het zelf verkozen motto
‘Men zal niet verloochenen dat Harmonie slechts door het overwinnen van
vele tegenstrijdigheden tot stand komt’. Het curieuze resultaat, dat in
1976 werd ingewijd, behoort zonder twijfel tot de vroegste voorbeelden
van het deconstructivismse in de bouwkunst.
Jelle Bouwhuis
Literatuur:
O. Breicha (red.), Fritz Wotruba: Figur als Widerstand, Salzburg 1977
Tent. cat. Wotruba, Museum Boymans-van Beuningen Rotterdam, 1968
Archief
De Bank voor Handel en Scheepvaart N.V. heeft ter gelegenheid van zijn 50-jarige bestaan het beeld Liggende Figuur van Fritz Wotruba geschonken.
22 augustus 1968 besloot de gemeenteraad Fl. 73.000,- uit te trekken voor een vrije opdracht aan de Oostenrijkse kunstenaar. Niet veel later...
"Op het eerste gezicht zal de toeschouwer niet erg veel waardering voor dit beeld kunnen opbrengen. Het zal nog wel jaren duren voordat men het gaat waarderen."
Met deze woorden aanvaardde gistermiddag Rotterdams burgermeester Thomassen officieel het beeld, dat aan de gemeente is geschonken ter gelegenheid...
Wotruba, retrospectief van de Oostenrijkse beeldhouwer
‘Ik droom van een sculptuur, waarin landschap, architectuur en stad tot een eenheid worden.’ Deze uitspraak is kenmerkend voor het...


