Eli, Eli, lema sabachta-ni? Mein Gott, mein Gott, warum hast du mich verlassen?
SantaClaus bij de bronsgieter in Sofia Bulgarije.
Een column van Katriena Trompe, juni 2008
De beeltenis van de kerstman en van de tuinkabouter wordt vaak samengesmeed tot één figuur. Beiden zijn grimmige wezens waar ik geen enkele affectie voor op kan brengen. Dwalend over het web, lijken meer mensen dit onbegrip te kennen.
Toch is de kerstman de lieveling van miljoenen en het symbool voor het grootste feest van liefde en gezelligheid van de US van A. Het J.P Meertensinstituut, dat de volkscultuur van Nederland bestudeert, meent dat de strijd tussen Sinterklaas en de kerstman op een haar na gestreden is. Onze inheemse bisschop met de fluwelen mantel over zijn kanten jurk en zittend op een schimmel, is de kracht der verbeelding. Toch zal hij spoedig het veld ruimen voor de kerstman en uit onze levende cultuur verdwijnen; kopje onder in de globalisering. Met dank aan de (Nederlandse) winkeliers.
Met dank aan Rotterdam: Santa Claus mag naar buiten!
Het verhaal is bekend. Dit roemruchte kunstwerk van Paul McCarthy werd gemaakt voor de publieke ruimte van Rotterdam, maar mocht bij nader inzien niet naar buiten van het gemeentebestuur. Dit zes meter hoge, zwart gepatineerde brons, gebaseerd op cliché afbeeldingen van kerstman en tuinkabouter, heeft een buttplug in zijn rechterhand, een bel in zijn linker. Niet bekend is, of de hierboven genoemde strijd om behoud van onze volkscultuur, onbewust een rol speelde in de zes jaar durende Rotterdamse affaire. De strijd concentreerde zich vooral op het object in zijn rechterhand en op de lelijkheid van dit werk.
De kerstman is het ideale slachtoffer van McCarthy; hét symbool van sentimentaliteit naast gezelligheid, van groots commercieel succes, van consumentisme. Kortom, hét symbool van Amerika. Dit symbool, vaak gespeeld door hemzelf in zijn films, valt hij in zijn oeuvre keer op keer aan, met alle kracht en smerigheid die hij als kunstenaar in kan zetten.
Op een avond, voor heel andere zaken in Rotterdam, liep ik door het museumkwartier. Achter de tralies, op de binnenplaats van Museum Boijmans, zag ik Santa Claus, de muur van het oude Van de Steurgebouw als rugdekking.
Mijn hart stond even stil bij dit hartverscheurende tafereel van deze vormeloze depressieve massa met niet te missen verwijzing naar Het Vrijheidsbeeld van de USA. Alles wat vrolijk en gezellig en saamhorig heet te zijn, wordt hiermee te kijk gezet. Een kerstman, een tuinkabouter, die niet goed in zijn vel zit, is een verbijsterend gegeven. De zware schoenen, de zwarte bel, die buik met die rare kleren eromheen, het starende gezicht met de grijns van de tuinkabouter… Daarbij de lusteloos opgeheven, van nature energieke, fallusvorm… De teint van asfalt, in plaats van het te verwachten rood groen...
We zien hier een getormenteerd man, lijdend onder de ballast van zijn zwaarte en zijn spullen. Volgens de wetten van de beeldhouwkunst denk ik niet dat het een goede sculptuur is, of liever, denk ik niet dat het een sculptuur is.
Santa Claus is een overdrijving van zo’n slecht vormgegeven tuinkabouter tot een monument; een ‘Andachtsbild’ voor de lethargische hedendaagse consument. Een actueel kunstwerk dus en van een grimmige weelde voor de publieke ruimte.
Voor het eerst in mijn veertigjarig bestaan werd ik geraakt door de kerstman, die in McCarthy’s versie, de last van de wereld op zijn nek heeft genomen. Voor het eerst werd het cliché, mens.
Ik hoorde dat dit door McCarthy gecreëerde hoopje zwarte ellende, gelukkig door één van Rotterdams stadsdelen nu enthousiast verwelkomt wordt, temidden van grote platanen, kleinere winkeliers en de altijd shoppende mens.
Katriena Trompe
Juni 2008

