Don’t Miss a Sec’


Don’t Miss a Sec’
Foto: Jannes Linders (2007)

Het kunstwerk

Het werk Don’t Miss a Sec van Monica Bonvicini (geboren 1965) zorgde voor verbazing, verrassing en levendigheid in het hart van Rotterdam. Deze sculptuur die tijdelijk naast de trappen van het Stadhuis stond, lijkt aan de buitenkant niets meer dan een perfect spiegelende kubus. Bij nader inzien blijkt de kubus echter plaats te bieden aan een strak uitgevoerd openbaar toilet, dat door het kraakheldere glas bovendien een 360-graden-blik biedt op de omgeving. Zelfs tijdens intieme momenten hoeft de gebruiker geen minuut te missen van wat zich op straat afspeelt.


Specificaties

De Plek

Don’t Miss a Sec!


PUBLIEK
Particulier en openbaar
Rein Wolfs

Kunst in de openbare ruimte; voor wie is die eigenlijk bedoeld? Zijn die beelden en monumenten er wel primair voor het publiek? En zo ja, in hoeverre richt kunst in de openbare ruimte zich ook daadwerkelijk tot het publiek? Dergelijke vragen zijn gemakkelijker te stellen dan te beantwoorden, zeker als je ze ook in een historisch perspectief wilt zien.
Lange tijd was een eerbiedwaardige afstand tussen kunstwerk en kijker kenmerkend voor kunst in het publieke domein.  Die afstand werd manifest door de aanwezigheid van een vaak forse sokkel. Deze bestempelde een beeld pas echt als beeld en zorgde ervoor dat de voorbijganger opmerkzaam werd gemaakt op de monumentale kwaliteiten. Sinds de kunst in de afgelopen decennia voorzichtig van zijn sokkel is gekomen, is ook de betekenis en de functie van kunst in de openbare ruimte veranderd. Een beeld zonder sokkel is in feite voorbestemd om op een directere manier het passerende publiek aan te spreken, zou je denken. Op gelijke voet, zogezegd.
Deze ontwikkelingen vonden in eerste instantie plaats binnen de muren van het museum. In de openbare ruimte is daarvan nog steeds maar weinig te zien. Ook binnen de befaamde Internationale Beelden Collectie van Rotterdam overweegt een betrekkelijk traditionele opvatting van sculptuur. Daar was tot nu niets mis mee; in het sokkelbeeld zijn immers de maatschappelijke verhoudingen vervat, zoals die tussen overheid en burgers bestonden. Kunst in de openbare ruimte representeerde de overheid, het establishment en het kapitaal. Zo is het altijd geweest. Maar moet het daarom ook altijd zo blijven?

In de tentoonstelling Publiek wordt de vraag gesteld naar de betekenis van kunst in de openbare ruimte. Die vraag is tot thema gemaakt van een tijdelijk kunstproject op een prominente plek: de ruimte rondom het Stadhuis aan de Coolsingel. Het is de plaats waar het openbare leven zich niet alleen afspeelt maar ook besproken wordt, waar overheid en burgerij elkaar ontmoeten. Die symboliek maakt deze plek tot een waardig podium voor een discussie over de betekenis en de status van hedendaagse kunst in het openbare domein. Het tentoonstellingsproject Publiek wil een aanzet zijn tot dat debat.

Hedendaagse kunst
Tegenwoordig speelt de discussie over kunst zich voor een belangrijk deel af binnen de besloten kring van de kunstwereld. Het gesprek over kunst vindt plaats in het museum, in het kader van grote internationale overzichtstentoonstellingen – Biënnales, ‘documenta’ etc. – of binnen de alomtegenwoordige marktstructuren van kunsthandel en –beurzen. Xxx het andere discours xxx
In de publieke ruimte gelden andere wetten dan in de kunstwereld. Dat werd bijvoorbeeld heel duidelijk tijdens het Rotterdamse debat rondom het beeld SantaClaus van kunstenaar Paul McCarthy. Hoewel het hier in wezen gaat om een traditioneel bronzen beeld was er groot verzet tegen een opstelling in de openbare ruimte vanwege het, als te provocerend en aanstootgevend ervaren seksuele attribuut in de hand van de kerstman. Als tussenoplossing werd het werk voorlopig naar een semi-publieke ruimte verbannen: de binnenplaats van Museum Boijmans Van Beuningen – gratis en voor iedereen toegankelijk tijdens de openingstijden van het museum.
In McCarthy’s beeld lijken een klassieke en een hedendaagse kunstopvatting samen te komen en dat maakt het werk misschien des te verwarrend. Door het traditionele brons, de figuratie en het indrukwekkende formaat heeft SantaClaus het karakter van een monument. Van eerbetoon aan een persoon of een idee is echter geen sprake. Het is eerder een knipoog naar de huidige samenleving, waarin alles naast elkaar kan bestaan; naar onze cultuur met zijn breedbandformaat. McCarthy’s beeld zoekt de confrontatie met het publiek. Hoe langer het op de binnenplaats van Museum Boijmans Van Beuningen staat, des te meer stemmen gaan er op om het in de echte openbare ruimte met het publiek te laten communiceren.
Het publieke domein heeft zijn eigen gegevenheden en is als podium voor kunst veel moeilijker te organiseren dan het museum. In de witte zalen van het moderne museum kan de kunst optimaal tot haar recht komen, op straat heeft ze de concurrentie te duchten van van alles en nog wat – dat geldt zeker ook voor de visueel nogal ‘vervuilde’ Coolsingel. Waarschijnlijk zijn de zuiver artistieke waarden van een kunstwerk er moeilijker te beoordelen, maar tegelijk biedt het visuele geweld van de straat allerlei kansen tot nieuwe associaties en betekenissen, die het werk er alleen maar rijker op maken.

Kunst als indicator
Behalve als op zichzelf staande, esthetische objecten kun je beelden in de stad ook bekijken vanuit de achterliggende opvattingen omtrent de invulling van de openbare ruimte. Van oudsher is beeldende kunst ingezet ter verfraaiing van de stad. Daarnaast kunnen beelden een functie hebben als monument of in dienst staan van een bewustwordings- of emancipatieproces.
Kunst is altijd al één van de instrumenten geweest van de heersende klassen om zich uit te drukken. Maar kunst kan ook bijdragen tot een gemeenschapsgevoel, het symbool zijn van stedelijke trots of de plek waar collectieve ervaringen van oorlog, geweld, verwoesting en triomf kunnen worden herdacht en verwerkt. Welke functie een beeld ook heeft, lange tijd was de sokkel essentieel. Daarmee verhief het zich boven het straatniveau en schiep het tegelijkertijd afstand.
Hedendaagse kunst heeft de sokkel al sinds langere tijd afgezworen. Dat is ook te zien in kunst in de openbare ruimte. De uiterlijke verschijningsvorm is vaak heel anders en minder nadrukkelijk dan voorheen. Tegelijkertijd is de kunst in de laatste jaren naar de maatschappij toegegroeid en heeft zich in het beste geval ontwikkeld tot een medium dat in staat is om de kijker aan te spreken en ontvankelijk te maken voor nieuwe sensaties.
Een maatschappij, waarin de leef- en zienswijze van individuen vaak sterk uiteenlopen, heeft ook behoefte aan kunst die meerduidig is. Op bescheiden schaal levert de tentoonstelling ‘Publiek’ een bijdrage aan deze pluriformiteit.

Publiek
Voor Publiek zijn drie kunstenaars geselecteerd voor wie het spel tussen publieke en particuliere ruimte een belangrijk thema is. Het is tekenend voor de hedendaagse cultuur dat de grenzen tussen deze, voorheen zo streng gescheiden domeinen steeds verder vervagen. De uitwisseling tussen privé en openbaar is ook een belangrijk aspect in de sculptuur van dit moment. Intieme zaken worden publiek gemaakt, publiek domein anders ingevuld, de straat wordt deel van de eigen leefwereld en innerlijke roerselen worden aan de wereld toevertrouwd. Alles is openbaar, alles is gericht op een directe communicatie met het publiek.
Hoezeer ze onderling ook verschillen, in de werken van Monica Bonvicini, Germaine Kruip en Ugo Rondinone vormt de communicatie met het publiek een wezenlijk aspect. In Bonvicini’s Don’t Miss a Sec is die gerichtheid op het publiek heel direct en basaal, aangezien het werk, midden op straat, voorziet in de vervulling van een primaire levensbehoefte. Rondinone gebruikt de stad als sokkel. Hij heeft zijn beeld bovenop de markante, voormalige Generale Bank geplaatst en de subjectief-poëtische regel BIG MIND SKY zo aan de openbaarheid prijsgegeven. Kruip biedt de kijker de kans om het monumentale beeld van het voormalige Hoofdpostkantoor in zijn visuele geheugen te prenten: Recording.
In alle drie de gevallen wordt het persoonlijke van de kunst publiek gemaakt binnen het openbare domein van de stad, haar bewoners en bezoekers. Daarmee vertegenwoordigen de drie werken de hedendaagse stand van zaken in onze cultuur.

Bonvicini, Kruip, Rondinone

Monica Bonvicini
De Italiaanse Monica Bonvicini (geboren 1965) leeft en werkt al geruime tijd in Berlijn. In haar werk houdt ze zich bezig met de structuren van de macht, met de ongelijkheid tussen de seksen en met de abstracte en concrete kwaliteiten van architectuur. Prikkeldraad en gehard glas, hekwerken en andere uitingen van machtsvertoon in de openbare ruimte zijn terugkerende elementen in haar soms confronterende oeuvre.
Bonvicini’s Don’t Miss a Sec is een buitengewoon herkenbaar, haast archetypische sculptuur. Op de stoep voor het Stadhuis staat een grote, spiegelende kubus, waarin het kleurrijke straatbeeld zich spiegelt; pasgetrouwde stelletjes, die het bordes van het Stadhuis verlaten, winkelend publiek en bezoekers van uitgaansgelegenheden in de onmiddellijke nabijheid. Van buiten glanst de kubus als een spiegel, maar dat is niet alles: bij nadere beschouwing blijkt er ook sprake van een, op z’n zachtst gezegd, opmerkelijk ‘binnenleven’. Als je de deur opendoet, kom je in een compleet geoutilleerd openbaar toilet. Strak vormgegeven en uitgevoerd in roestvrij staal, stralen toilet en fonteintje je net zo tegemoet als de spiegelende buitenkant. Pure verleiding, perfect handwerk! Maar wel met een volkomen onverwachte clou: wie zich in de glazen ruimte waagt, ziet zich behalve met dit meubilair ook geconfronteerd met een glashelder zicht op alles wat er buiten gebeurt. Ook bij langdurig gebruik van het roestvrij stalen zitmeubel met rioolaansluiting, hoeft men zo niets te missen van wat zich in de wereld rondom afspeelt: Don’t Miss a Sec.
Bonvicini speelt met de eigentijdse en bijna vanzelfsprekende uitwisseling tussen het particuliere en het openbare. Een intieme bezigheid wordt onderdeel van de echte buitenwereld. Naar het toilet gaan zonder ook maar een minuut van de snelle en spannende werkelijkheid te hoeven missen, gaat nog een stap verder dan de al bijna ingeburgerde decadentie van een toilet met televisietoestel. Don’t Miss a Sec is dè metafoor voor een werkelijkheid waarin alles gelijktijdig gebeurt en buiten- en binnenwereld met elkaar versmelten. Midden op straat, drempelloos, daagt Bonvicini’s sculptuur de voorbijganger uit om dit eigentijdse gevoel te beleven.

Germaine Kruip
De Nederlandse Germaine Kruip (geboren 1970) leeft en werkt in Amsterdam. Zij werkt veelal met licht en maakt op een eigen wijze gebruik van de verworvenheden van de performance kunst. Haar lichtinstallaties, waarin zowel de architectuur als de bezoeker in het middelpunt worden geplaatst, hebben theatrale kwaliteiten. Tegelijkertijd is Kruips vormentaal terughoudend en sober en wordt gekenmerkt door een grote helderheid.
In Recording, staat het voormalige Hoofdpostkantoor van Rotterdam centraal. Het karakteristieke, massieve gebouw aan de Coolsingel werd in 1915 ontworpen door de toenmalige Rijksbouwmeester Kees Bremer en in 1923 in gebruik genomen. Behalve statig en monumentaal heeft het ook een wat donkere en sombere uitstraling. Werkelijk spectaculair is de centrale hal, die in de afgelopen decennia echter steeds rommeliger en truttiger werd door de moderne, door corporate design ingegeven meubilering. Inmiddels doet het gebouw niet langer dienst als postkantoor en is het, in afwachting van een nieuwe functie, van alle overtollige vormgeving gestript.
Kruip heeft voor de ruim tweeëntwintig meter hoge hal een lichtinstallatie ontworpen. Met behulp van buitengewoon sterke lampen in de lichtkoepel creëert ze een lichtsequentie, die de ruimte op een geheel nieuwe wijze laat ervaren. Kruip heeft zich laten inspireren door de ideeën van fotograaf Jaques Henri Lartigue (1894-1986). Deze vergeleek de kijker met een camera en de beweging van diens oog met een sluiter. Met haar lichtscenario vertraagt de kunstenaar de beweging van het oog. Een belangrijk onderdeel van de sequentie is een kort moment van rood licht, dat als nabeeld fungeert. Tijdens de sequentie van het aangaan, dimmen en doven van het grandioze licht maakt het publiek als het ware een eigen, mentale foto van het majestueuze postkantoor en slaat hij het nog niet eerder op deze wijze vertoonde gebouw op in zijn persoonlijk beeldgeheugen.
Met Recording, creëert Germaine Kruip een situatie, waarin de wisselwerking tussen kijker en kunstwerk zich op een bijna onbewust niveau afspeelt. De kijker krijgt zijn of haar eigen particuliere nabeeld van een openbaar gebouw.

Ugo Rondinone
De Zwitserse kunstenaar Ugo Rondinone (geboren 1963) leeft en werkt in New York). In zijn veelzijdige oeuvre spelen atmosfeer en taal een belangrijke rol. Zijn werk is verhalend, maakt vaak gebruik van eenvoudige middelen, haast clichématige beelden en schuwt de emotie niet.
De Regenbooggedichten die Rondinone sinds een tiental jaren maakt, zijn moderne triomfbogen van kleur en licht. De teksten hebben een poëtische lading; soms dienen ze als titel voor een tentoonstelling, soms zijn ze onderdeel van bestaande gedichten. Op het dak van een gebouw – in dit geval dat van de voormalige Generale Bank aan de Coolsingel – is Rondinones Big Mind Sky, zowel bij dag als bij nacht, een lichtend baken. Symbool van de stad, commentaar op de alom aanwezige lichtreclames, droombeeld, drogbeeld en poëzie tegelijk. Een perfecte metafoor voor de verbeelding aan de macht!
Rondinones Big Mind Sky is speciaal voor Rotterdam gerealiseerd. In zijn grammaticale onregelmatigheid heeft de regel een eigen, poëtische lading. Het werk spreekt tot de verbeelding en roept het beeld op van een grote blauwe hemel, die je ook kunt duiden als een universele geest. De onmogelijkheid van een voortdurend zichtbare regenboog versterkt het fantastische karakter van het kunstwerk. Hoog geplaatst als het is op het voormalige bankgebouw tegenover het Stadhuis, reikt Big Mind Sky naar de hemel en manifesteert zich als logo van de stad. Rondinones boog is van grote afstand zichtbaar. Het gebouw waarop het is geplaatst, fungeert als een overdreven, bijna karikaturale sokkel voor een betekenisvolle uitspraak met een hoogst individuele grammatica. Middels de taal en gebruikmakend van de herkenbaarheid van de regenboog communiceert Big Mind Sky met het publiek. Door zijn verheven positie is het de absolute tegenpool van Bonvicini’s glazen kubus, die haast triviaal en in elk geval zeer functioneel, laag bij de grond blijft.

Dossier

  • Geen aankomende evenementen gevonden.