Jannetje in ’t Veld & Toon Koehorst – Free, Open, 24hours

In de binnenstad kan het niemand ontgaan dat hier het nieuwe hart van Rotterdam bonkt. Althans de slogans van soortgelijke strekking kunnen niemand ontgaan. Opgeplakt op grote billboards en staketsels flankeren ze plekken waar overlast door bouwwerkzaamheden bezorgd kan worden.

Nu zijn slogans nogal oppervlakkige uitingen van ambities, de gewenste kwaliteiten van het één of ander worden dik aangezet met de hoop op een self-fulfilling prophecy. Slogans zijn hét gereedschap van de marketeer in deze tijden van city-branding en stadspromotie.

Ook de beeldende kunst in de openbare ruimte van Rotterdam heeft enkele kwaliteiten die mooi ‘ver-slogan-d’ kunnen worden. Bij een breed publiek zijn Henry Moore, Auguste Rodin en Picasso bekend. Dat daarbij deze collectie vol klinkende namen ook nog eens vierentwintig uur per dag, het hele jaar rond gratis toegankelijk is, is een onweerstaanbare combinatie. Het bij name-dropping laten zou echter voorbijgaan aan de kwaliteit van de kunst in de openbare ruimte. Het kan dan dienen om aandacht te vragen, maar de kwaliteit zit, los van de kunsthistorische waarde, in de rol die de kunst inneemt in het publieke domein.

De kunstwerken bevinden zich in de openbare ruimte en zijn daarmee ook onderhevig aan straatrumoer. Op Koninginnedag dienen ze als sokkel en klerenhanger voor rommel die aangeboden wordt op de vrijmarkt. Met evenementen wordt de kunst overspoeld door het publiek(e). Maar de straat is niet helemaal synoniem met het publieke domein. In de zin van plek voor uitwisseling en debat is het voornamelijk de media waarin dit plaats vindt.

Zo haalden de herplaatsing van Zadkine, de heisa rondom Kabouter Buttplug en de aftakeling van Naum Gabo de (landelijke) pers. Dit omdat politici en groepen zich engageren met deze beelden, juist doordat ze in de openbare ruimte staan. Ze krijgen een symbolische waarde toegedicht die onderwerp van debat wordt. De beelden worden beschouwd als monument van geschiedenis, tegendeel van fatsoen of verlengstuk van gemeentepolitiek. Zo wordt Santaclaus / Kabouter Buttplug gebruikt als inzet van discussie, maar verwordt tegelijkertijd ook tot symbool ván deze discussie. Het discours rondom het beeld van McCarthy is tevens graadmeter van de stand van zaken in de gemeente politiek.

Interessant is de wijze waarop bovengenoemd beeld zich verhoudt tot de marketing van de stad. Neem de slogan ‘Rotterdam Durft!’ ten opzichte van het debat rondom Santaclaus. Santaclaus dient deze slogan van commentaar en kan deze afhankelijk van de politieke voorkeur verwerpen of versterken. Terwijl slogan en kunst in de openbare ruimte allebei resultaat zijn van een gemeentelijke politiek, staat de kunst open voor publiek gebruik. Daardoor is het ook niet eigendom van de politiek of de gemeente, maar van het publieke domein.

Nu is het mooi dat deze publieke dimensie van de kunst in de openbare ruimte online wordt verzameld en toegankelijk gemaakt. De website staat open voor toevoegingen en interpretatie en wil daarmee onderdeel zijn van het publieke domein. De straatrumoer en het publieke debat maken op deze wijze deel uit van de identiteit van de Internationale Beelden Collectie.

Jannetje in ’t Veld & Toon Koehorst
(Grafisch ontwerpers van de identiteit van SIR tot 2010)

Kunstwerken