Iedereen is dood behalve wij

Everyone is dead but us (2020), photo credit Ben Zegers.

Iedereen is dood behalve wij (2020), fotocredit Ben Zegers

Iedereen is dood behalve wij (2020), fotocredit Ben Zegers

Iedereen is dood behalve wij (2020), fotocredit Ben Zegers

Iedereen is dood behalve wij (2020), fotocredit Ben Zegers

Iedereen is dood behalve wij (2020), fotocredit Ben Zegers

Iedereen is dood behalve wij (2020), fotocredit Ben Zegers

 

Het kunstwerk

Iedereen is dood behalve wij (2020) een nieuw werk van kunstenaar Ben Zegers, bestaat uit twee elegant gedraaide aluminium voeten van 7,5 meter hoog en staat sinds 18 september op de Binnenrotte. De voeten verwijzen niet alleen naar het ontstaan van de stad, maar ook naar de aloude functie van deze plek als markt: de twee beelden lijken in dialoog te staan met elkaar, zoals klant en koopman die onderhandelen over de prijs. Het kunstwerk werd in delen gegoten door bronsgieterij Kemner in Cuijck. De voeten wegen naar schatting zo´n 1500-2000 kilo per stuk. Het aluminium is op verschillende manieren afgewerkt. De opgeheven hak en de draaiing van de voeten versterken de ruimtelijkheid van het kunstwerk en geven het een beweeglijke uitstraling die past bij de dynamiek van de markt en de stad. Het bekende werk van Edgar Degas, Petite danseuse de quatorze ans, uit de collectie van Museum Boijmans Van Beuningen stond model voor de positie van de twee voeten ten opzichte van elkaar.

Voor beeldend kunstenaar Ben Zegers is de titel Iedereen is dood behalve wij een broodnuchtere en feitelijke constatering. ‘Iedereen is dood behalve wij’ is een statement waarmee heden, verleden en toekomst met elkaar worden verbonden en die een onophoudelijke oproep is aan de stad en zijn bewoners om er te allen tijde samen iets van te maken.

Aanleiding
Bij de aanleg van de Willemsspoortunnel aan de Binnenrotte werden in 1991 restanten gevonden van de oudste houten sluis in de Rotte, stammend uit 1270. Al snel na deze archeologische vondst ontstonden er plannen om deze plek met een kunstwerk te markeren. In 1993 jaar zette een nieuw burgerinitiatief, het comité Rotte-Dam, zich in voor een grotere herkenbaarheid van de dam in de Rotte als plek waar Rotterdam is ontstaan. Datzelfde jaar werd een voorstel van de gemeenteraad aangenomen om die plek te eren door middel van een kunstwerk. In 2007 werd er echter pas budget beschikbaar gesteld voor een kunstwerk als onderdeel van het project herinrichting Binnenrotte, waarna in 2010 de exacte locatie werd bepaald. De keuze voor de kunstenaar werd in 2015 door een selectiecommissie gemaakt, bestaande uit vertegenwoordigers van de gemeente en Sculpture International Rotterdam. Eind 2019 werd de vergunning voor de plaatsing van het werk afgegeven en startte de productie van Iedereen is dood behalve wij.

Voor de brochure Kunst op de Binnenrotte met meer informatie over achterliggende ideeën en het ontstaansproces klik hier.

Onderdeel van programma
Vervaardiging
2020

De plek

Iedereen is dood behalve wij is geplaatst op de Binnenrotte, ter hoogte van de kruising met de Hoogstraat: één voet bij de bibliotheek, de ander dichter naar de Markthal toe. De plaatsing van het werk het kunstwerk vormt de afsluiting van de nieuwe inrichting van dit plein, die in 2018 werd afgerond.

Bij de Binnenrotte ligt de oorsprong van Rotterdam: daar werd rond 1270 een dam in de Rotte aangelegd (ongeveer bij de huidige Hoogstraat). De dam was bedoeld om overstromingen door de Maas te voorkomen, niet om de kleine Rotte tegen te houden. Sluizen loosden het water van de Rotte op de Maas. Rond 1300 woonden er slechts een paar honderd mensen op en rondom de dam, maar daarna groeide de kleine nederzetting snel uit tot een echte stad.

Rond de dam in de Rotte ontstond een centrum van markten, waar schepen vanuit de wijde omgeving hun goederen naartoe brachten. Na de demping van de Rotte in 1870 en de opkomst van winkels en warenhuizen in de twintigste eeuw is de handel op straat afgenomen. Maar twee dagen per week is de markt op de Binnenrotte nog altijd een centrum van bedrijvigheid. Het kunstwerk van Ben Zegers refereert dan ook naar het verleden én het heden van deze plek.

Ben Zegers

Ben Zegers

Ben Zegers (1962) ‘verstoort de maat van de dingen’. Zijn beelden zijn in vorm en inhoud zo elastisch, dat ze onophoudelijk van identiteit veranderen. Zo spelen zij een voortdurend spel met de verwachtingen en de fysieke aanwezigheid van de kijker.

Ben Zegers vestigde zich in 1988 in Rotterdam en Museum Boijmans Van Beuningen wijdde in 1993 een solotentoonstelling aan de kunstenaar. In 1994 ontving Zegers de Charlotte Köhlerprijs van het Prins Bernhard Fonds. Zegers’ werken zijn te zien op verschillende openbare plekken in Rotterdam, zoals de Raamvertellingen in de Pendrechtse Melissantstraat en het monument Vaart Vrij! voor vakbondsman Edo Fimmen op Katendrecht. Zijn werk bevindt zich verder onder andere in collecties van Museum Boijmans Van Beuningen, het Gemeentemuseum Den Haag en de Caldic Collectie. Ben Zegers is lid van het College van Bestuur van de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam, maar hij woont en werkt als kunstenaar nog steeds in Rotterdam.

Lets Go

Jeroen Boomgaard

Daar staan ze dan. Twee voeten, gemaakt door Ben Zegers. Ze zijn heel groot, behoorlijk aanwezig hier op een van de drukste punten van Rotterdam. Ze zijn net zo geplaatst als de voeten van het danseresje van Degas. Dat staat in het Museum Boijmans Van Beuningen. Wat uitdagend biedt het zich daar aan, trotseert het met neergeslagen ogen de blik van de bezoeker. Maar deze voeten zijn er niet alleen om te bekijken, om op afstand te bewonderen. Ze vormen een deel van de bewegingen, bezigheden en besognes van de mensen die zich daar op straat bevinden. Ze doen mee, ze horen bij dat wat we publieke ruimte noemen.

De twee reuzenvoeten hier aan de Binnenrotte staan niet stil, ze gaan door waar het danseresje blijft staan. Ze hebben niet alleen het museum verlaten, ze zijn ook aan het dansen geslagen. Geen idee wat ze dansen: de tango, de rumba, een nieuw dansje, net opgepikt op TikTok? Ze swingen er op los en doen voor waar het om gaat, ze laten ons zien dat we in beweging moeten blijven.

Kunstenaars zijn al heel lang gefascineerd door beweging en zoeken manieren om beweging weer te geven. Zo zouden de makers van de grotschilderingen van vele duizenden jaren geleden al beweging suggereren. Bizons, herten en andere dieren lijken in het flakkerende licht van de vuren over de wanden van de grot te vluchten. Sinds het eind van de negentiende eeuw kunnen we beweging ook echt vastleggen. Film, later televisie en video, en tegenwoordig alle digitale media, tonen elke beweging en elk onderdeel van beweging tot in de details. Wat de Britse fotograaf Eadweard Muybridge aanvankelijk nog met een serie foto’s moest ontraadselen, heeft voor ons geen geheimen meer. Fascinatie is fixatie geworden: elke sportwedstrijd bestaat tegenwoordig voor een groot deel uit herhalingen, vertraagde weergaves van cruciale momenten en bewegingen. De geniale passeerbeweging, de vergeefse zweefsprong van de doelman, de laatste stappen van Dafne vlak voor de finishlijn, we kunnen ze dromen. Ondanks die overdaad aan afgebeelde beweging proberen kunstenaars nog steeds de kern ervan te vatten. Beter gezegd: ze proberen de beweging stil te zetten om hem beter te kunnen tonen.

Dat lijkt wat overbodig. We kunnen elk beeld versnellen, vertragen, bevriezen, en weer op gang brengen. Die bevroren beelden blijven echter onderdeel van een actie, horen bij een handeling die ergens begon en die direct weer door kan gaan. Hoe stil ze ook staan, ze dragen in zich nog steeds het doel dat ze ooit in beweging zette. De dans van deze voeten gaat nergens naar toe, heeft geen bedoeling en kent geen doel. De energie ervan wringt ze in bochten, zet ze op spanning, maar ze blijven op hun plaats. Ze zijn geen afbeelding van een beweging, maar vormen de essentie van het bewegen. En die kern krijgen we niet in alle rust voorgeschoteld, terwijl we ons bezinnen in een museum, hij staat hier voor ons, midden in de wereld, tussen alle drukte, als deel van het dagelijks gewoel en gewemel.

Iedereen is dood behalve wij, is de titel van het beeld. Dat klinkt vreemd, maar ik begrijp hem in relatie tot de energie die in de sculptuur is opgeslagen. De fascinatie van de kunst voor beweging is altijd een fascinatie met het leven geweest. Leven als essentie, maar ook leven als het gedoe van alledag. Terwijl kunstwerken erin kunnen slagen dat leven te vatten, voelbaar te maken wat we vaak vergeten omdat we er druk mee zijn, raken ze zelf vaak vervreemd van dat leven, verliezen ze hun energie. Opgesloten in een museum, opgeborgen bij mensen thuis, worden het verre herinneringen aan een leven ooit en elders. De twee voeten van Ben Zegers vieren het leven echter daar waar het bruist en borrelt. Tegelijk blijven het wel beelden. Ze zijn heel groot en permanent aanwezig. Andere kunstenaars die in de openbare ruimte werken kiezen er tegenwoordig voor de onbuigzaamheid van beelden te vermijden door direct deel te nemen aan het dagelijks leven. Performances die energie halen uit de interactie met mensen en omgeving en die toeschouwers op andere gedachten brengen door ze in nieuwe perspectieven te plaatsen. De veronachtzaming en vergetelheid die blijvende kunstwerken in het publiek domein bedreigen voorkomen ze door mee te gaan in de vluchtigheid van gebeurtenissen.

Dit beeld blijft: het is een monument voor het hier en nu. Daarmee neemt het afstand van andere monumenten die voor eeuwig willen herinneren aan wat ooit leek te zijn. Standbeelden van dode, witte mannen, die mistroostig naar het verleden staren dat ze op hun voetstuk plaatste. Die houden niet van alle vormen van leven die zich om hen heen afspelen, ze kijken er op neer. Deze twee voeten staan niet op een voetstuk, ze zijn groot maar niet verheven, ze raken direct de grond en vieren het leven dat langs stroomt.

De twee voeten dansen op het ritme van de tijd. Ooit klonken hier andere stemmen en was een andere cultuur dominant. De voeten luisteren echter naar de geluiden die nu te horen zijn, de stemmen en sferen die elkaar verdringen in hun roep om aandacht, de verborgen beat van het hier en nu. En omdat ze reageren op het ritme van het dagelijks leven, hebben ze geen boodschap. Ze zijn nu hier, ze blijven nog een tijdje, maar ze kunnen straks vertrokken zijn. Ze beweren niets, verkondigen geen nieuwe waarheid, ze tonen alleen dat er beweging is. Altijd.