De verwoeste stad


De verwoeste stad
De verwoeste stad (1951) op Plein 1940, foto Jannes Linders

Het kunstwerk

De verwoeste stad is volgens Ossip Zadkine ontstaan toen hij in 1946 met de trein het door oorlogsgeweld gehavende Rotterdam binnenreed. Het is in zijn eigen woorden: ‘Een kreet van afschuw tegen de onmenselijke wreedheid van deze beulsdaad’ [1].

Het beeld stelt een ontredderde figuur voor, hoofd en armen zijn ten hemel geheven. Zadkine laat de armen, benen en handen in verschillende richtingen wijzen waardoor het beeld bijzonder dynamisch aandoet. De figuur staat tegen een boomstronk aan geleund; de zes meter hoge kolos heeft zo een extra steuntje om zijn fysieke evenwicht te kunnen bewaren. Opvallend is vooral het gat in het midden van de romp: Rotterdam herkent hierin haar op 14 mei 1940 vernietigde stadshart. Het beeld bundelt belangrijke kenmerken van Zadkine’s beeldhouwkunst: de menselijke figuur, een kubistische beeldtaal en de hevige expressie van emotie.

De verwoeste stad is hét symbool voor het gebombardeerde stadshart van Rotterdam geworden en tevens een van de bekendste oorlogsmonumenten van West-Europa. Ieder jaar wordt hier de verwoesting van Rotterdam herdacht, evenals dramatische gebeurtenissen elders in de wereld.

[Klik HIER voor alle actuele ontwikkelingen rondom De verwoeste stad]

[1] [Uit: M.G. Schenk, Ossip Zadkine, Amsterdam 1967].




Specificaties

meer specificaties »

De Plek

Zadkine maakte het beeld niet specifiek voor Rotterdam maar als een algemeen gedenkteken van de oorlog. Het eerste model vervaardigde hij in terracotta. Dat werd geëxposeerd in Berlijn en raakte bij het vervoer ernstig beschadigd. Vervolgens maakte hij een nieuw model in gips, dat in 1948 te zien was op tentoonstellingen onder meer in Amsterdam. De toenmalige directeur van warenhuis De Bijenkorf, de heer Van der Wal, raakte onder de indruk van het beeld. Hij wilde het uitvergroot in brons aan de stad Rotterdam schenken omdat Rotterdam, net als de Bijenkorf, door de oorlog in het hart getroffen was.

Om de Rotterdammers aan het beeld te laten wennen heeft men het voorafgaand aan de plaatsing tweemaal aan het publiek gepresenteerd: in 1949 in Museum Boymans en 1950 op de manifestatie Rotterdam Ahoy. Op voorwaarde dat Zadkine zelf de locatie voor het beeld mocht bepalen en dat de schenker anoniem zou blijven, werd het beeld aan de gemeente overgedragen. Op 15 mei 1953 werd het onthuld door burgemeester Van Walsum.

Ossip Zadkine

1888 - 1967

Ossip Zadkine

Ossip Zadkine (1888-1967) wordt in 1890 in Vitebsk in Wit-Rusland geboren. Zijn vader stuurt hem op zijn vijftiende naar Engeland om daar de taal en enige ‘goede manieren’ te leren. Zadkine komt in Londen terecht. Hij volgt lessen aan Regent Street Polytechnic maar stopt daar snel mee omdat hij de docenten te behoudend vindt. In 1909 vestigt hij zich in Parijs, waar hij in contact komt met veel kunstenaars die zich met nieuwe kunststromingen zoals het kubisme bezighouden. In 1911 heeft hij zijn eerste exposities.

Na de Eerste Wereldoorlog werkt Zadkine in een geometrische stijl die is afgeleid van het kubisme. Hij gebruikt materialen als boetseerklei, steen en hout. Vanaf 1930 wordt zijn werk steeds barokker en ruimtelijker. Als de Tweede Wereldoorlog uitbreekt vlucht Zadkine naar de Verenigde Staten waar hij zijn eerste doorboorde figuren maakt. Eenmaal terug in Parijs blijkt veel werk uit zijn atelier te zijn verdwenen of verwoest.

Terugkerende thema’s in Zadkines sculpturale werk zijn de bijbel en de mythologie, de muziek en dichtkunst. Zijn werk krijgt in de loop der tijd een expressieve lyriek en een steeds sterkere plasticiteit. In 1950 wint Zadkine de Grote Prijs voor de Beeldhouwkunst op de Biënnale van Venetië en in 1960 die van de stad Parijs. Hij overlijdt in 1967 in Parijs en ligt daar begraven op Montparnasse.

De Verwoeste Stad


Hanneke de Man

Zonder twijfel is De verwoeste stad het meest bekende beeld in Rotterdam. Ook in het oeuvre van Ossip Zadkine neemt het een bijzondere plaats in. Het is niet alleen zijn grootste sculptuur, maar ook een van de meest overtuigende uitingen van wat hem als kunstenaar bezighield. Met Henri Laurens en zijn landgenoten Alexander Archipenko en Jacques Lipchitz, behoort Zadkine tot de generatie beeldhouwers voor wie de kennismaking met het kubisme in Parijs rond 1910 een belangrijke impuls vormde. Het kubisme wees hem de weg om zijn belangrijkste thema – de menselijke figuur – op te vatten als een samenspel van lijnen en open en gesloten vormen. Evenzeer zocht Zadkine de emotie. Zijn sculpturen worden gekenmerkt door een grote expressiviteit. Vooral in Nederland werd Zadkine beschouwd als een van de belangrijkste kunstenaars van zijn tijd, ook al was zijn kunst duidelijk geworteld in de traditie. In de voetsporen van Rodin, een kunstenaar voor wie hij grote bewondering had, verbeeldde Zadkine in de menselijke figuur de condition humaine. Nergens heeft dat grote thema zo overtuigend gestalte gekregen als in De verwoeste stad. Dit beeld is de belichaming geworden van het gebombardeerde Rotterdam.

Toch stond Zadkine in eerste instantie een universeler gedenkteken voor ogen. Een in terracotta uitgevoerd ontwerp van het beeld werd in de zomer van 1947 voor het eerst getoond in Praag en Berlijn. Nadat het 70 centimeter hoge beeld tijdens een transport onherstelbaar was beschadigd, vervaardigde Zadkine een nieuwe versie, dit maal van gips. Dit bijna twee maal zo grote beeld maakte deel uit van een solotentoonstelling, die in de zomer van 1948 plaatsvond in Brussel en Amsterdam. Getuige Zadkine’s memoires trok zijn ontwerp in het Stedelijk Museum pas voor het eerst echt de aandacht: “Ik merkte hoe de beleefde waardering –onverschilligheid bijna- die mijn project tot dan toe ten deel gevallen was, plaatsmaakte voor een emotionele reactie door wat men destijds had ervaren.” G. van der Wal, algemeen directeur van warenhuisconcern de Bijenkorf en groot liefhebber van moderne kunst, was zo onder de indruk dat hij het plan opvatte om een monumentale versie van het beeld te schenken aan de stad Rotterdam. In mei 1949 had dit plan zulke vaste vormen dat Zadkine het beeld op zijn overzichtstentoonstelling in het Musée d’Art Moderne in Parijs de titel Ontwerp voor de verwoeste stad Rotterdam meegaf. Om iedere schijn van persoonlijk belang te vermijden bleef Van der Wal (tot 1978) als schenker anoniem. Als voorwaarden voor de schenking wilde hij dat de gemeenteraad unaniem akkoord zou gaan en dat Zadkine zelf de plek voor het monument zou mogen bepalen.

Om de reacties te peilen werd het ontwerp tot tweemaal toe aan de bevolking van Rotterdam gepresenteerd. Voor het eerst gebeurde dat in Museum Boymans, waar op 1 december 1949 een overzichtstentoonstelling werd geopend, met het – nu in brons uitgevoerde – ontwerp prominent opgesteld in de ronde bovenhal. Het is kenmerkend voor de omzichtigheid waarmee men te werk ging, dat de naam Rotterdam weer uit de titel was verdwenen. De pers reageerde over het algemeen positief op het voornemen om een monumentale sculptuur van Zadkine in de openbare ruimte te laten verrijzen: een plan dat ‘dus niets minder (betekent) dan dat ons land een monument krijgt van een der grootste beeldhouwers van deze tijd’, aldus het dagblad Trouw op 3 december 1949. Een uitzondering vormde het felle artikel in het Katholiek Bouwblad van J. Tillema, directeur gemeentewerken van de stad Rotterdam. Tillema vroeg zich retorisch af: ‘Moet deze bezetene, zes meter hoog, voor altijd als een demonische gesel het nieuwe hart van mijn stad slaan met verlamming?’ Hij vond weinig bijval. Voor velen was een van de kwaliteiten van de sculptuur juist dat het ‘de ontreddering en het verlangen om zich te verheffen voor ieder direct verstaanbaar weergeeft.’ Aan die herkenbaarheid droeg Zadkine ook zelf het zijne bij. Al direct in de dagen rond de opening van de tentoonstelling in Boymans typeerde hij – in gesprekken met journalisten – het gebombardeerde Rotterdam als ‘een stad welke haar hart is uitgerukt’. Al snel was de vereenzelviging van beeld en stad een feit. Niet alleen werd het uitgerukte hart van de tragische figuur opgevat als symbool van het vernietigde stadscentrum, ook de rauwheid en de bonkigheid werden in verband gebracht met het karakter van de Maasstad. De verregaande annexatie van het beeld vond zijn hoogtepunt in de theatrale presentatie op de tentoonstelling Rotterdam Ahoy’ in de zomer van 1950: dramatisch uitgelicht en tegen de achtergrond van een grote foto van de verwoeste binnenstad.

Hoewel Zadkine vanaf 1949 steeds heeft bevestigd dat de aanblik van het gebombardeerde Rotterdam de aanleiding was voor het ontwerp, is het niet duidelijk welke rol de stad feitelijk heeft gespeeld. Het is waarschijnlijker dat Le Havre, de stad waar Zadkine in 1945 aankwam na een vierjarige ballingschap in Amerika, de eerste aanzet gaf voor het beeld. Ongetwijfeld was Zadkine er veel aangelegen om zijn ontwerp daadwerkelijk op monumentale schaal uit te voeren. Behalve wellicht een zeker opportunisme, zal ook zijn behoefte om de kloof te dichten tussen de moderne kunst en het publiek hem er toe hebben verleid om zijn beeld zo letterlijk aan Rotterdam te verbinden. Zijn uitleg heeft er zeker toe bijgedragen dat de schenking in de zomer van 1951 officieel werd aanvaard en dat het ruim zes meter hoge beeld op 13 mei 1953 kon worden onthuld. Tegelijkertijd echter heeft de nadrukkelijke koppeling aan het bombardement op het hart van Rotterdam de blik op het beeld vernauwd. De opening in de romp is veel meer dan een symbool voor een verwoest centrum. Op formeel niveau is het een scharnierpunt voor een barokke spanning en dynamiek. In De verwoeste stad worden de als abstracte volumes opgevatte benen verenigd met het uitvergrote realisme van de achterovergeworpen kop en de opgeheven armen. In dit samengaan van verschillende vormidiomen speelt de romp een belangrijk rol.

De intentie een emotie over te brengen, is ook van belang geweest voor de keuze van de locatie. In oktober 1950 spreekt Zadkine zich uit voor de kop van de Leuvehaven; de twee andere hem voorgelegde opties waren het park achter Museum Boymans en het Kruisplein. Midden in het centrum en nog niet gehinderd door oprukkende hoogbouw bood de Leuvehaven alle ruimte om de dramatiek van het beeld tot zijn recht te doen komen. Geplaatst op een twee meter hoge sokkel (ontworpen door zijn eens zo felle tegenstander Tillema) tekende de zes meter hoge figuur zich vrij af tegen de hemel en fungeerden de kranen in de haven als echo voor de dramatisch geheven armen. Niet alleen door het motief van de opgeheven armen is Zadkine’s De verwoeste Stad meermalen vergeleken met de Guernica van Picasso uit 1937. Beide kunstenaars zijn er in geslaagd om in het idioom van de moderne kunst op een voor velen overtuigende wijze gestalte te geven aan het drama van de oorlog.
literatuur
Beranova, Jana en Jim Postma, Zadkine, Rotterdam z.j.
Hammacher, A.M, inleiding in cat. Ossip Zadkine, Museum Boymans 1949
Langner, Johannes, Mahnmal für Rotterdam, Stuttgart 1963
Lecombre, Sylvain, Ossip Zadkine, L’Oeuvre Sculpté, Paris 1994, pp.435-437 en 457-461
Lichtenstern, Christa, Ossip Zadkine(1890-1967), der Bildhauer und seine Ikonographie, Berlin 1980, pp. 457-461.
Zadkine, Ossip, Le Maillet et le Ciseau. Souvenirs de ma vie, Paris 1969
R.V, ‘Zadkine: Beeldhouwer van deze tijd. Verrassende tentoonstelling in Museum Boymans’ in Trouw, 3-12-1949.
‘Imposante tentoonstelling van Zadkine” in N.R.C. 2-12-1949
Tillema, J.C.A.’ Schoonheid of Demonie’ in Katholiek Bouwblad, 7 januari 1950, pp.100-103

Dossier

Advies 2015: Zadkine moet blijven staan

De Commissie die zich onder leiding van oud-korpschef Aad Meijbook boog over het al dan niet verplaatsen van het beeld De Verwoeste Stad van Ossip Zadkine heeft op 15 april advies uitgebracht aan wethouder Laan. De commissie adviseert dat het beeld moet blijven staan op Plein 1940 in Rotterdam. Meer informatie: Link naar fotomontage Zadkine


Onderzoek naar De verwoeste stad, Ossip Zadkine | 2014

In 2014 werd er nagedacht over de verplaatsing van De verwoeste stad van Ossip Zadkine van Plein 1940 naar het Stationsplein. Het plan maakte veel los. Hieronder leest u een chronologisch verslag van de mededelingen, naar aanleiding van het door CBK Rotterdam/ Sculpture International Rotterdam (SIR) ingestelde onderzoek naar de mogelijke verplaatsing van De verwoeste stad:


Rotterdamse beelden in Keulen

De Volkskrant bericht over de Rotterdamse beelden De verwoeste stad van Zadkine en Il Grande Miracolo van Marini, die deel uitmaken van de afscheidstentoonstelling van Kasper König in Museum Ludwig in Keulen in oktober 2012.


Jaarlijkse herdenking bombardement bij Zadkine’s Verwoeste Stad | 2009

13 mei 2009 HERDENKING BOMBARDEMENT BIJ DE VERWOESTE STAD De ‘Zadkine’ is voor de Rotterdammers tot op de dag van vandaag hét symbool van de verwoesting van het stadscentrum en van de onverwoestbare drang tot wederopbouw. In 2007 werd het beeld gerestaureerd en het Plein 1940 waar het beeld is gesitueerd gerenoveerd en aangepast aan


Verwoeste stad van Zadkine op vernieuwd Plein 1940

De Verwoeste Stad is voor de Rotterdammers tot op de dag van vandaag hét symbool van de verwoesting van het stadscentrum én van de onverwoestbare drang tot wederopbouw. Het herstel van dit monument is voor de gemeente Rotterdam en de Internationale Beelden Collectie Rotterdam (afd. Centrum Beeldende Kunst), een goed moment om zich te bezinnen


Nieuwe plek voor Verwoeste stad | 2006

HET BEELD DE VERWOESTE STAD VAN OSSIP ZADKINE (1890-1967) IS OP WOENSDAG 12 APRIL OM 11.00 UUR DOOR WETHOUDER LUCAS BOLSIUS (WIJKEN EN BUITENRUIMTE) OP PLEIN 1940 OP ZIJN DEFINITIEVE PLEK GEPLAATST. Eind 2004 is het beeld verplaatst vanwege een grote onderhoudsbeurt. De plaatsing van het 3300 kilo zware beeld is tevens het startschot voor


De Verwoeste stad gerestaureerd | 2004

HET BEELD WORDT IN EEN SPECIAAL OPGERICHT RESTAURATIEATELIER OP HET PLEIN 1940 GERESTAUREERD. VANWEGE DE BOUWWERKZAAMHEDEN AAN DE WOONTOREN DE COOPVAERT IS HET BEELD TIJDELIJK VERPLAATST RICHTING HET MARITIEM MUSEUM. Ruim vijftig jaar geleden (15-05-53) werd het beeld, namens een toen onbekende gever (de Bijenkorf) overgedragen aan de gemeente Rotterdam. Het kreeg een plaats aan


Zadkine’s Verwoeste stad verplaatst voor aanleg metro | 1975

IN JANUARI 1975 IS DE VERWOESTE STAD VERPLAATST. HET 60 TON WEGENDE BEELD EN SOKKEL MOEST 60 METER WORDEN VERPLAATST VANWEGE DE AANLEG VAN EEN VERBINDINGSBOOG VAN DE METRO.


Debat over het beeld van Zadkine | 1950

TEGENSTANDERS, WAARONDER IR. J.A. TILLEMA, SCHRIJVEN IN EEN ARTIKEL IN HET R.K. BOUWBLAD: “HET BEELD MIST STILTE, INKEER, MIJMERING, RUSTIGE MONUMENTALITEIT….” Verder vond hij de analogie tussen de verwoeste stadskern en een gruwelijk verminkte mens ronduit banaal en stuitend.


Model Verwoeste stad getoond aan bevolking | 1950

IN 1950 IS HET MODEL VAN DE VERWOESTE STAD GETOOND AAN HET ROTTERDAMSE VOLK OP DE MANIFESTATIE ´ROTTERDAM AHOY’. De Tentoonstelling Rotterdam Ahoy vond plaats van 15 juni tot 15 augustus 1950 in Rotterdam op het Land van Hoboken. Met de tentoonstelling werd de opening van de nieuwe haven gevierd. De voor de tentoonstelling tijdelijk


  • Onderdelen Carel Vissers ‘Moeder en Kind’ gestolen

    Lees verder »
  • Het Ding van Mels van Zutphen in première tijdens het Nederlands Filmfestival

    Lees verder »
  • LICHTWERK VAN ADRIEN LUCCA VOOR METROSTATION MAASHAVEN

    Lees verder »
  • Preview ‘Het Ding (Untitled, 1957)’ tijdens de Pleinbioscoop

    Lees verder »
  • Nieuws archief »
  • Geen aankomende evenementen gevonden.