Dees Linders: De boon is voor toeristen

Dees Linders: De boon is voor toeristen

Dees Linders: De boon is voor toeristen

In haar column over kunst in de openbare ruimte schrijft Dees Linders deze keer over haar werkbezoek aan Chicago.

Eindelijk zou ik dan Cloud Gate van Anish Kapoor zien en met diverse ingewijden praten over de actuele stand van de kunst en de publieke ruimte (naast afspraken over een paar werken uit de SIR-Collectie: partners zien te vinden om het herstel van de GABO te bespoedigen, de twee bruiklenen van Willem de Kooning veilig stellen). Doel is altijd weer: onderzoek naar zin en onzin van kunst in de publieke ruimte. Dit ten behoeve van het blijven zoeken naar interessante vormen van kunst voor de steeds complexer wordende steden.

Chicago en Rotterdam hebben allebei een rijke geschiedenis van experiment, onderzoek, mislukkingen én successen, zowel in de kunstcollecties in de publieke ruimte als in de sociale kunstprojecten. Het onderwerp is oud, antwoorden zijn er nog niet, maar een paar vragen blijven fascineren én worden steeds dringender:
Is het mogelijk om fascinerende kunstwerken te ontwikkelen die een massa mensen aanspreken? Zijn er sociale projecten vanuit de kunst mogelijk die zowel doel treffen als de (relatieve) autonomie van de kunst inclusief hun veelduidige metaforische eigenschappen behouden?

Chicago
Chicago is een verbijsterende stad waar gastvrijheid, goede architectuur en interesse in de genen lijken te zitten. Soms waande ik me in de 19e eeuw, lopend door verlaten straten met witte en zwarte koetsen met schimmels ervoor en mannen op de bok onzichtbaar onder grote zwarte kappen. Dan weer leek ik in de jaren vijftig beland: luxe auto’s naast hotels met zwarte portiers in prachtige grijs-lakense jassen met gouden knopen en zwarte bivakmutsen onder hun hoge hoed, die me ’s ochtends goeiedag wensten – dikke witte portiers (bij mijn hotel) die duidelijk een tweedehands goedje aanhadden over hun volle buiken en onderkinnen. En om de hoek grootse, naar de hemel reikende gebouwen. Even vreesde ik dat deze zo gelukkig stemmende tijdreizen Thanksgiving-entourage was, met de 20 miljoen dollar kostende zilveren wolkenpoort als ‘kers op de taart’.

Cloud Gate geldt sinds haar geboorte in 2006 als schoolvoorbeeld van zo’n zeer goed kunstwerk in de publieke ruimte dat massa’s mensen aanspreekt. Die combinatie is zeldzaam, maar voor de publieke ruimte die van iedereen is, van belang. Samen met de fontein/ videomuur van Jaum Plenska en het Millennium Park waar beide kunstwerken huizen, zorgde de boon van Kapoor ervoor dat Chicago’s toeristenomzet binnen drie jaar enorm steeg.

De immense boon trekt de dagelijkse menigte kijkers de schoonheid van de skyline, het licht en de wolken in, weerspiegeld in deze zilveren blob van Kapoor. Onder het gewelf van Cloud Gate staand, wordt je meegezogen in een draaikolk van geluid en beeld – hopla de metafysische (of zo je wil: lunaparkachtige) ruimte in.

De Boon en Community art, op bezoek bij Dan Peterman, Theaster Gates en John Preus

Dan Peterman is behalve kunstenaar, oprichter en mededirecteur van The Experimental Station in South Side Chicago. ‘The Station’, een oude garage, ontwikkelde zich tot een professioneel opgezette bijzondere plek voor de buurt met café, wekelijkse boerenmarkt en het befaamde Blackstone Bikes-project. Hier kunnen 150 jongeren tussen 8 en 18 jaar het vak van fietsenmaker leren. Ze kunnen hier een fiets verdienen (soms in ruil voor hun wapen) en ze maken kennis met de vrijheid die fietsen door de stad hen geeft. Ook kunnen ze hier elke dag komen lunchen. The Station heeft een grootse keuken met de prachtigste oven waar iedereen brood kan bakken. En op de avonden van het Invisible Institute, bespreken journalisten en wetenschappers met bewoners onderwerpen die de bewoners aangaan maar die in de politiek van tafel dreigen te verdwijnen. De plek is zo precíes goed dat je er kippenvel van krijgt. Een kunstwerk dus? Nee dat niet, maar wel ongelooflijk goed.
Achterin de verbouwde garage is de studio van Peterman die zijn kunstpraktijk (zijn dertig meter lange picnic tafel staat bij Cloud Gate in het Milenniumpark) zeer bewust scheidt van ‘Experimental Station’.

Voor veel kunstenaars en curators met hart en ziel betrokken bij de community art in Chicago, is de peperdure Cloud Gate een doorn in het oog. Ook de andere beroemde kunstwerken in de stad (Picasso, Miro, Chagall, Moore etcetera) zijn slechts ‘bestemd voor toeristen’, marketing spul. In de kunst zit klasse ingebed, zowel in de grootse collecties als in de sociale projecten. In Chicago maar ook in Rotterdam lijkt het alsof de twee ‘disciplines’ van publieke kunst elkaar onverschillig laten of bevechten. Maar eenmaal veilig binnen de eigen ‘parochie’, blijken deze complexe vragen voortdurend gesteld te worden. In gesprek met Mary Jane Jacobs, professor op de Art School of Chicago en grote voorvechter van de sociale projecten vanaf begin jaren negentig in Chicago, raakten we in een lastig parket. Tegenover het ‘sociale kamp’ zaten wij plots in het ‘elitaire kamp’, het kamp van de loeidure boon. Tegenover het instrument dat daadwerkelijk in wil grijpen, zat de marketing sector, die op zijn best symbolisch werk verricht. Alle mogelijk interessante tussenzones waar we over wilden spreken met haar en haar studenten en collega’s, ontglipten ons in een mist van wrok.
Toch zoeken beiden naar een samentreffen van het symbolische en het daadwerkelijke, of eenvoudiger, van kunst en het sociale leven.

Verlammend dilemma
Het is een dilemma dat ook door vertegenwoordigers van sociale kunst in Chicago wel degelijk ervaren wordt. Kunstenaar John Preus werkt samen met Theaster Gates en is mede-oprichter van kunstenaarsgroep Material Exchange. In samenwerking met kunstenaars, leraren, ouders, kinderen en schrijvers veranderde hij de pastorie van een presbyteriaanse kerk in een bruisende plek voor de buurt, met onder meer een timmerwerkplaats waar je je meubels kan repareren, een tweedehandsmarkt en een café. In een e-mail schreef hij me: ‘It is something that we who are involved in social art projects have talked about for many years, and have worried and wondered about – how to remain rigorous and dedicated to the art work, while also working to expand audience, to consider context, and accessibility, to gaining new publics, and to creating genuine opportunities for interaction and conversation across race, class, ethnicity, gender, age.’

Wat te doen?
De gestelde vragen zijn noodzakelijk voor het debat over kunst, stad en leven, maar ze werken ook verlammend. Dat kan niet de bedoeling zijn. De onmogelijkheid om kunst te definiëren geeft een immense ruimte in het vinden van mogelijkheden. Dit zou betekenen dat we elkaar niet voortdurend om legitimatie moeten vragen maar dat we het gesprek niet in eigen parochie voeren, maar vooral gezamenlijk, zodat het gesprek intensiever, aangenamer en vruchtbaarder wordt.

Meer informatie:
experimentalstation.org
johnpreus.com
theastergates.com
www.6018north.net

November 2012, gepubliceerd in What’s up Magazine