Il Grande Miracolo


Il Grande Miracolo
Il Grande Miracolo (1957), foto Jannes Linders

Het kunstwerk

Het motief dat de kunstenaar Marino Marini gedurende het grootste deel van zijn artistieke carrière bezighield, was dat van de ruiter te paard. Het onderwerp boeide hem zowel plastisch als emotioneel. Zowel bij de vroege, meer statische beelden als bij de latere versies, zoals het Rotterdamse Il Grande Miracolo uit 1953, is telkens dezelfde ingehouden spanning aanwezig.

Het steigerende paard heeft zich zover opgericht dat het dier op zijn achterste lijkt te zitten. De hals is gestrekt en het hoofd steekt de lucht in. Alleen de voorbenen, die los voor het grote lichaam hangen, lijken het dier nog enigszins in balans te houden. In deze verstilde houding – alsof het dier even gewichtloos is voordat het achterover valt – lijkt het paard het onafwendbare te ondergaan. De ruiter is in verhouding tot het paard klein van stuk en valt bijna van het paard. Als een acrobaat klemt hij zich met zijn benen aan het dier vast. Aan paard en ruiter zijn diepe angst en wanhoop af te lezen.

Het Comité Oprichting Pleinweg-Gedenkteken stelde voor om deze vallende ruiter als monument te installeren op de plaats waar in de Tweede Wereldoorlog een twintigtal burgers door de bezetter werd gefusilleerd. Voor velen symboliseert dit beeld van Marini de verschrikkingen van de oorlog.


Specificaties

Bijnamen: De gevallen ruiter
Jaartal vervaardiging: 1957
Jaartal verwerving: 1959
Locatie sinds: 1989, Mijnsherenlaan | Pleinweg, Tarwewijk in Charlois
Afmetingen beeld (hxbxl) in cm: 250 x 70 x 70
Materiaal: Geelkoperlegering en natuurstenen sokkel

De Plek

In 1955 was op een solotentoonstelling in museum Boijmans Van Beuningen een aantal beeldhouwwerken van de Italiaanse kunstenaar Marino Marini te zien. Eén van de geëxposeerde beelden, een bronzen ruiter te paard, werd aangekocht door het museum. Dit beeld staat stevig met vier benen op de grond en zowel paard als ruiter stralen kracht en levenslust uit. Het beeld staat in de museumtuin. Een ander beeld dat op die expositie werd getoond, eveneens een ruiter te paard, viel in de smaak bij de leden van het Comité Oprichting Pleinweg-Gedenkteken. De sculptuur Il Grande Miracolo appelleerde aan hun herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog. Ze wilden het een plek geven in Rotterdam-Zuid bij de plaats waar in maart 1945 twintig Rotterdamse burgers werden gefusilleerd.

Na instemming door diverse betrokkenen, waaronder de Wijkraad Oud en Nieuw Charlois, Stichting Herrijzend Rotterdam en de Nationale Monumenten Commissie, werd besloten het beeld aan te kopen. Dat er al een exemplaar van het beeld in de Duitse stad Mannheim stond, vond men geen bezwaar en de kunstenaar gaf de garantie dat het beeld voor Rotterdam het laatste zou zijn dat gegoten werd.

In juli 1957 werd het beeld aan het gemeentebestuur aangeboden. Het werk werd geplaatst op een stenen sokkel met een inscriptie naar de woorden van P. Begeer: ‘1940-1945 Voor de ongenoemden die vielen voor de vrijheid, onsterfelijk door het offer van hun leven’. Op 4 mei 1958 werd het beeld onthuld door de toen 12-jarige Frans Lam, zoon van één van de gevallenen. Sindsdien is het een aantal malen verplaatst, onder meer bij de aanleg van de metro. Sinds 1989 staat het 150 meter van de plaats waar het drama zich voltrok, beschermd door een betonnen ombouw.

Marino Marini

Marino Marini

Marino Marini (1901-1980) geldt als een van de bekendste Italiaanse beeldhouwers van de moderne tijd. Naast Il Grande Miracolo (1953) in Rotterdam, staat in Den Haag het beeld Paard en ruiter (1959) en is werk van Marini opgenomen in de collecties van Museum Boijmans van Beuningen en Museum Kroller Muller | klik hier voor zijn volledige bio op wikipedia

Il Grande Miracolo


Ineke Voorsteegh

Aan de drukke Pleinweg in Rotterdam-Zuid verheft zich het bronzen beeld Il Grande Miracolo, ook wel Gevallen ruiter genoemd. Aanvankelijk stond dit werk van de Italiaan Marino Marini op een bescheiden sokkel in de open ruimte, op de grens van bebouwing en polderland. Sinds 1988 staat het, na een aantal keren te zijn verplaatst vanwege stadsuitbreidingen, op een pleintje tegenover de plek waar het werd onthuld, ter hoogte van de Mijnsherenlaan. Om het beeld niet helemaal te laten wegzinken in de drukke verkeersomgeving ontwierp architect Maarten Struys voor deze nieuwe plek een anderhalve meter hoge sokkel en twee rechthoekige wanden waarin vijf doorgangen zijn uitgespaard. Nu steekt het donkere brons van het beeld als een kalligrafisch teken af tegen het wit van de betonnen zetstukken.

Il Grande Miracolo stelt een ruiter voor op een steigerend, bijna vallend paard. De omhoog reikende hals van het paard met het wegdraaidende hoofd accentueren de verticale beweging, waarbij de ruiter van de rug van het paard af dreigt te glijden. Paard en ruiter zijn niet realistisch weergegeven maar teruggebracht tot rudimentaire vormen. Details zijn weggelaten of vervormd; de benen van het paard zijn tot machteloze stompjes gereduceerd, de ogen zijn groot en hol en de ruiter is nog slechts een klein poppetje. Het onregelmatige oppervlak van de bronzen huid vertoont duidelijke sporen van bewerking die de contouren van het beeld ritmisch volgen en versterken. De houding van paard en ruiter, de expressionistische deformatie en de materiaalbehandeling roepen een gevoel van onmacht en verlies van controle op. Het Comité oprichting Pleinweg-gedenkteken zag het beeld in 1955 op de eerste overzichtstentoonstelling van Marini in Nederland in Museum Boijmans van Beuningen. Het leek haar een passend, modern monument om het drama te herdenken dat zich op 12 maart 1945 aan de Pleinweg had voltrokken: als represaille voor de moordaanslag op twee leden van de Sicherheitsdienst werden daar twintig Nederlanders doodgeschoten.

Het duurde nog tot 1957 voor het geld en de toestemming voor de aankoop van Marini’s beeld er waren. Vervolgens droeg het Comité de sculptuur over aan de gemeente met het verzoek dit op het Zuidplein te plaatsen. Men wilde echter ook op de fusilladeplaats zelf een herdenkingsmonument realiseren. Cor van Kralingen kreeg hiertoe de opdracht en hij vervaardigde een hardstenen beeld van een treurende vrouw. Beide beelden werden op 3 mei 1958 onthuld door de zoon van een van de gefusilleerden. Het publiek moest, net als vijf jaar eerder bij De verwoeste stad van Zadkine, wennen aan de dramatische vormentaal van Il Grande Miracolo. De zeggingskracht van het beeld won het echter van de bezwaren. De ‘Vallende ruiter’ werd niet alleen geaccepteerd, maar is sinds 1986 zelfs geadopteerd door de openbare basisschool Dubbelspoor, waar het deel uit maakt van educatieve projecten over thema’s als gelijkheid en vrijheid. In kunsthistorisch opzicht slaat Il Grande Miracolo een brug tussen het oorlogsmonument en het ongebonden, vrije beeld. Het werd als autonoom kunstwerk gemaakt en kreeg pas later de functie van herdenkingsmonument.

In het oeuvre van Marini is Il Grande Miracolo een van de laatste uit de reeks ruiterbeelden waaraan hij in 1936 begon. Naast het vrouwelijk naakt en het portret, is het ruiterbeeld een van zijn hoofdthema’s. Marini combineert deze klassieke onderwerpen uit de traditie van de westerse beeldhouwkunst met de vormentaal van de Etruskische grafsculptuur, die voor hem een belangrijke bron van inspiratie is geweest. Naarmate de internationale spanningen en de oorlogsdreiging eind jaren dertig toenamen, groeide ook de onrust in het werk van Marini. De benadering van het thema van de ruiter werd subjectiever, de uitvoering expressiever en de balans tussen ruiter en paard raakte verstoord. Zetten paard en ruiter zich eerst nog schrap in hun respectievelijke horizontale en verticale houding, in de jaren 1950 maakte deze statische compositie plaats voor verwrongen, hoekige vormen. Een groter contrast dan tussen de dramatische Il Grande Miracolo en de eerste statische beelden uit de jaren dertig is nauwelijks denkbaar.

Eenzelfde ontwikkeling naar meer dynamiek is zichtbaar in het andere werk van deze beeldhouwer, schilder en graficus Marini, met name in de portretten waarmee hij al in 1927 begon. In de jaren 1930 doen deze nog denken aan anonieme beeltenissen uit ver vervlogen tijden, in de jaren 1940 en daarna komt de nadruk te liggen op de persoonlijkheid van de geportretteerde. Statische naaktfiguren veranderen gaandeweg in danseressen en acrobaten. Ook hier speelt een ontwikkeling van evenwicht naar beweging, vereenvoudiging van vorm en onregelmatige textuur een steeds grotere rol.

Door deze ontwikkeling werd het werk van Marini in brede kring gewaardeerd, zoals blijkt uit zijn deelname aan Documenta in Kassel in 1955, aankopen door het Kröller-Müller Museum en de tentoonstelling in Museum Boijmans van Beuningen, dat zelf ook een ruiterbeeld van de kunstenaar kocht.

Literatuur
Abelman, H., em>De Vallende Ruiter: Marino Marini, Rotterdam, 1995
Gasser, M., ‘Marino Marini als Porträtist’, Du, 23. Jahrgang Oktober 1963, Verlag Conzett & Huber Zurich
Hammacher, A. M., Marino Marini, Museum Boymans Rotterdam 1955
Hunter, S., Marino Marini: The Sculpture, New York 1993
Nieuwenhuis-Verveen, G. W. J., Standbeelden, monumenten en sculpturen in Rotterdam, Gemeentelijke Archiefdienst-Rotterdam 1972
Voorsteegh, I (red.) De torso in Nederland, Dordrechts Museum 1991
Wagenaar, A. en P. Rook, Van De Zweth tot Zadkine, monumenten in Rotterdam die herinneren aan de jaren 1940-1945, CBK, Rotterdam 1991

Dossier

Rotterdamse beelden in Keulen

De Volkskrant bericht over de Rotterdamse beelden De verwoeste stad van Zadkine en Il Grande Miracolo van Marini, die deel uitmaken van de afscheidstentoonstelling van Kasper König in Museum Ludwig in Keulen in oktober 2012.


Marini en Manzú in Beelden aan Zee

Twee kunstenaars die, in onderlinge rivaliteit en via verschillende wegen, de klassieke figuratieve beeldhouwkunst tot een verrassend nieuw hoogtepunt brachten. De Internationale Beelden Collectie heeft van beide kunstenaars werk in de collectie: Oorlog en vrede van Giacomo Manz en Il Grande Miracolo van Marino Marini.


Rotterdamse bijnamen

De Overschiesche krant bericht over Il Grande Miracolo in de rubriek Scheurmail van de Week


Vallende ruiter meerdere malen verplaatst

Na de onthulling van Il Grande Miracolo (1957) in 1958 – beter bekend als De vallende ruiter – is het beeld vele malen verplaatst. De oorspronkelijke plek was naast de Groote Schouwburg van architect Sybold van Ravensteyn, het tegenwoordige Theater Zuidplein. Vervolgens heeft het beeld op het Zuidplein gestaan, naast expositieruimte Kunstzaal Zuid (later het


Onthulling Il Grande Miracolo

Het monument ‘De vallende ruiter’ in Rotterdam is opgericht ter nagedachtenis aan de veertig mannen die op 12 maart 1945 door de bezetter werden gefusilleerd. Op 3 mei 1958 werd het onthuld door de toen twaalfjarige Frans Lam, zoon van een der gevallenen. In juli 1944 gaf Hitler het bevel te stoppen met de berechting


  • Geen aankomende evenementen gevonden.